Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
(hierna: [slachtoffer 1] )met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door aan [slachtoffer 2]
(hierna: [slachtoffer 2] )en [slachtoffer 3]
(hierna: [slachtoffer 3] )via WhatsApp en/of SMS berichten te sturen, waarvan [slachtoffer 1] kennis heeft genomen;
bijlage Ibij dit vonnis en gelden als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
bijlage IIbij dit vonnis, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke brandstichting terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, het voorbereiden van brandstichting en de bedreigingen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] . De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder het volgende.
Ik zal [slachtoffer 1] spreken des noord sla ik het uit hem. Serieus [slachtoffer 2] ik sla hem het ziekenhuis in. Trust me. Zonnetje dan zoek ik hem morgen op en sla hem minimaal het ziekenhuis in want hij zal het zeggen. Jeetje ik ben nog super sterk [slachtoffer 1] moet echt oppassen want er gaan ongelukken gebeuren en zal zalf de politie wel bellen.” Naar [slachtoffer 3] heeft verdachte gestuurd: “
Ik sla morgen [slachtoffer 1] minimaal het ziekenhuis in en bel daarna de politie”.
Ik ga tot het uiterste en verder dan dat. Het zal nooit rusten en des noord agfessief opzoek gaan. Godverdomme ik ga hier een eind aan maken. Je kunt weglopen en zwijgen. Dat maakt niks uit want ik ga jou vinden. Pas maar op meisje. Druk programma is dit [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , Mama en dan nog jij. Ik ben bereid [slachtoffer 1] , [slachtoffer 1] ’s moeder, mama en [slachtoffer 3] te vermoorden.”
Er gaan morgen echt ongelukken gebeuren als ik geen antwoorden krijg. Ik sla morgen [slachtoffer 1] minimaal het ziekenhuis in en bel daarna de de politie. En jij gaat ook antwoorden want ik kom eerdaags ook bij jou langs. Je zult me moeten antwoorden of je wilt of niet.”
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregelen
(hierna: tbs)met dwangverpleging worden opgelegd.
hierna: GVM) als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen. Hiermee wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte ook na de tbs, indien dat dan nodig blijkt, onder toezicht te stellen, opdat het risico op recidive wordt verkleind. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van deze maatregel is voldaan. Aan verdachte wordt immers tbs opgelegd en oplegging van de maatregel van artikel 38z Sr is naar het oordeel van de rechtbank in het belang van de bescherming van de algemene veiligheid van goederen. De beoordeling van de noodzaak tot tenuitvoerlegging van de maatregel en het eventuele bepalen van specifieke voorwaarden zal in de laatste fase van de tenuitvoerlegging van de tbs plaatsvinden. Een risicotaxatie van het dan aanwezige recidivegevaar dient in het kader van die beoordeling plaats te vinden.
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Vorderingen na voorwaardelijke veroordelingen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
9 (negen) maanden.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.De totale duur van de terbeschikkingstelling is beperkt tot de duur van
4 (vier) jaren.
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z Sr.
gedeeltelijk toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 268,19 (zegge: tweehonderdachtenzestig euro en negentien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade d.d. 13 maart 2024 tot aan de dag van algehele vergoeding. Voormeld bedrag bestaat volledig uit vergoeding van materiële schade.
niet-ontvankelijkis.