ECLI:NL:RBAMS:2025:3507

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 mei 2025
Publicatiedatum
28 mei 2025
Zaaknummer
11489461 CV EXPL 25-891
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 4 lid 1 sub b Verordening (EU) nr. 593/2008Art. 5 lid 2 Rome I-verordeningArtikel 1 KB tot wijzigingArtikel 4 KB Ambulancediensten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering ambulancevervoerder wegens niet-naleving facturatievereisten

Ambuce Rescue Team NV heeft [gedaagde] per ambulance vervoerd van een ziekenhuis in België naar zijn huisadres in Nederland. De hoofdsom van € 1.014,84 is door [gedaagde] betaald, maar Ambuce vordert daarnaast € 750,15 aan administratiekosten, schadevergoeding en wettelijke rente wegens te late betaling.

De kantonrechter oordeelt dat Belgisch recht van toepassing is op deze overeenkomst van dienstverlening, omdat Ambuce in België is gevestigd en de kenmerkende prestatie daar wordt verricht. Ambuce heeft echter niet voldaan aan de voorwaarden van het Koninklijk Besluit betreffende facturatie bij dringende geneeskundige hulpverlening, omdat zij niet aangetekend heeft aangemaand binnen de gestelde termijn.

Verder is gebleken dat de facturen en herinneringen naar een niet-bestaand adres zijn gestuurd, waardoor [gedaagde] deze niet heeft ontvangen. Ambuce heeft onvoldoende concreet onderbouwd dat zij aanspraak kan maken op schadevergoeding en wettelijke rente. Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af en veroordeelt Ambuce in de proceskosten van [gedaagde].

Uitkomst: De vorderingen van Ambuce worden afgewezen wegens niet-naleving van aanmaningsvereisten en onvoldoende onderbouwing van bijkomende kosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11489461 \ CV EXPL 25-891
Vonnis van 27 mei 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht,
AMBUCE RESCUE TEAM NV,
te Wijnegem (België),
eiseres,
gemachtigde: mr. T.H. Geukes Foppen,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Ambuce’ en ‘ [gedaagde] ’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 27 november 2024 met producties 1 tot en met 3;
  • de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 6.
1.2.
Op 23 april 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Ambuce waren mr. Geukes Foppen en mr. Aubrun aanwezig. De heer [gedaagde] was aanwezig met zijn gemachtigde mevrouw [gemachtigde] . De griffier heeft aantekeningen gemaakt tijdens de zitting. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Ambuce aangeboden om nieuwe en omvangrijke producties te overleggen. De kantonrechter neemt van deze producties geen kennis, omdat deze te laat zijn ingediend. Ambuce heeft voldoende tijd gehad om deze producties voorafgaand aan de mondelinge behandeling in te brengen. Ze maken dan ook geen onderdeel uit van het procesdossier.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.

2.Kern van de zaak

2.1.
Ambuce heeft [gedaagde] per ambulance vervoerd van een ziekenhuis in België naar zijn huisadres in Nederland. [gedaagde] heeft de hoofdsom van € 1.014,84 betaald, maar Ambuce stelt dat ook extra kosten vanwege het te laat betalen van de factuur verschuldigd zijn. Ambuce vordert betaling van € 750,15, bestaande uit administratiekosten, schade en rente naar Belgisch recht, te vermeerderen met de Belgische wettelijke consumentenrente gerekend over € 1.197,07 vanaf 27 november 2024 tot de dag van algehele betaling. Daarnaast vordert Ambuce om [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure. [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan dat de facturen naar een foutief adres zijn verzonden, waardoor hij de facturen en herinneringen niet heeft ontvangen. [gedaagde] heeft de hoofdsom betaald zodra hij bekend is geworden met de vordering. [gedaagde] voert aan geen extra kosten verschuldigd te zijn, omdat hij niet in verzuim is geraakt. De kantonrechter zal de vorderingen van Ambuce afwijzen en licht dit hierna toe.

3.De feiten

3.1.
In februari 2021 heeft [gedaagde] een rugoperatie in [plaats] ondergaan. [gedaagde] is vervolgens op 18 februari 2021 door Ambuce in een ambulance naar zijn huisadres [adres 1] (Nederland) vervoerd.
3.2.
Ambuce heeft op 23 maart 2021 een factuur van € 1.014,84 aan [gedaagde] verstuurd. Ambuce heeft de factuur verstuurd aan het adres [adres 2] .
3.3.
Op 14 juni 2021 heeft Ambuce een ingebrekestelling verstuurd en op 16 juli 2021 heeft Ambuce nogmaals een herinnering verstuurd. Beide brieven zijn eveneens verstuurd naar het adres [adres 2] .
3.4.
Nadat er tussen partijen telefonisch contact over de factuur is geweest, heeft [gedaagde] op 17 juli 2023 een bedrag van € 1.014,84 aan Ambuce betaald.

4.De beoordeling

De kantonrechter is bevoegd en Belgisch recht is van toepassing
4.1.
Omdat Ambuce gevestigd is in België en dit geschil dus een internationaal karakter draagt, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of hij bevoegd is de vorderingen te beoordelen en welk recht van toepassing is.
4.2.
De kantonrechter heeft op basis van de toepasselijke regelgeving beoordeeld dat hij bevoegd is. [1] Daar zijn partijen het ook over eens.
4.3.
Partijen verschillen van mening over de vraag welk recht van toepassing is. Volgens Ambuce is Belgisch recht van toepassing, omdat sprake is van een overeenkomst van dienstverlening en deze overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfsplaats heeft. [2] Volgens [gedaagde] is Nederlands recht van toepassing, omdat hij door Ambuce is vervoerd en het dus gaat om een vervoersovereenkomst, hij in Nederland woont en daar ook is heengebracht. [3]
4.4.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vraag naar toepasselijk recht moet worden beantwoord aan de hand van de Rome I-verordening. Partijen hebben geen rechtskeuze gemaakt. Ambuce heeft [gedaagde] in een ambulance naar zijn huis gebracht. Daarmee is sprake van een overeenkomst van dienstverlening. [4] Dat [gedaagde] daarbij van de ene plek naar de andere plek is vervoerd, maakt dat niet anders. Dat is immers bij elke rit in een ambulance het geval. Bovendien bepaalt overweging 19 bij de Rome I-verordening dat als een overeenkomst elementen bevat die in meer dan één van de gespecificeerde types vallen, zoals hier het geval is, de overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten, haar gewone verblijfplaats heeft. De kenmerkende prestatie is verricht door Ambuce, dat in België is gevestigd. Belgisch recht is dus van toepassing en de vorderingen worden naar Belgisch recht beoordeeld.
Vorderingen worden afgewezen
4.5.
De oorspronkelijke factuur voor de dienstverlening door Ambuce bedroeg € 1.014,84. Het is niet in geschil dat [gedaagde] die factuur op 17 juli 2023 volledig heeft betaald.
4.6.
Volgens Ambuce kan zij daarnaast naar Belgisch recht op grond van het ‘Koninklijk Besluit betreffende de facturatie naar aanleiding van een tussenkomst dringende geneeskundige hulpverlening door ambulancedienst van 28 november 2018’ (hierna: KB Ambulancediensten) aanspraak maken op schadevergoeding in verband met te late betaling en administratiekosten. [gedaagde] heeft dat gemotiveerd weersproken.
4.7.
De kantonrechter volgt Ambuce niet. Met [gedaagde] is de kantonrechter namelijk van oordeel dat Ambuce niet heeft voldaan aan de in het KB Ambulancediensten gestelde voorwaarden. [gedaagde] heeft het KB Ambulancediensten overgelegd, evenals het besluit van 5 juni 2020 tot wijziging van dat KB Ambulancediensten (hierna: het KB tot wijziging). Daaruit volgt onder meer dat als een factuur op de vervaldag niet is betaald, de ambulancedienst de desbetreffende persoon “
bij een aangetekende zending” moet aansporen om binnen een maand te betalen. [5] Het is niet in geschil dat Ambuce [gedaagde] niet bij aangetekende zending heeft aangespoord te betalen. Dat deze verplichting niet zou volgen uit het KB Ambulancediensten, maar uit niet van toepassing zijnde algemene betalingsvoorwaarden, zoals namens Ambuce ter zitting is verklaard, volgt de kantonrechter dus niet. Ambuce heeft onvoldoende concreet onderbouwd dat zij desondanks aanspraak zou kunnen maken op de schadevergoeding en administratiekosten. Die vorderingen worden dus afgewezen.
4.8.
De door Ambuce gevorderde Belgische wettelijke consumentenrente wordt eveneens afgewezen. Ambuce heeft in het licht van de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] namelijk onvoldoende concreet onderbouwd dat zij daar aanspraak op kan maken. Daarbij is het volgende van belang.
4.9.
Niet in geschil is dat Ambuce de factuur, de ingebrekestelling en herinnering heeft gestuurd naar het adres [adres 2] . Ook staat het vast dat dit adres niet bestaat en dat [gedaagde] woont op [adres 1] . Verder is niet in geschil dat de brieven niet aangetekend zijn verstuurd. [gedaagde] ontkent de brieven te hebben ontvangen en voert aan dat daarmee (ook) naar Belgisch recht geen aanspraak bestaat op wettelijke rente. [gedaagde] heeft er daarbij op gewezen dat hij het adres van [adres 2] niet zelf aan Ambuce heeft doorgegeven, maar dat het ziekenhuis dit vermoedelijk heeft gedaan. Ook heeft hij er op gewezen dat hij door Ambuce is afgezet op het (juiste) adres; [adres 1] . Verder heeft hij aangevoerd dat hij pas na telefonisch contact op de hoogte raakte van de factuur en die daarna ook heeft betaald. In dat licht bezien lag het op de weg van Ambuce om haar standpunt dat zij (naar Belgisch recht) aanspraak kan maken op wettelijke rente, (tijdig) nader met stukken te onderbouwen. Dat heeft ze nagelaten. Daar komt bij dat Ambuce desgevraagd ter zitting onvoldoende in staat is gebleken toe te lichten hoe het door haar berekende bedrag van € 567,92 aan rente tot en met 26 november 2024 is opgebouwd. Zo heeft zij niet kunnen verduidelijken in hoeverre daarbij rekening is gehouden met de reeds op 17 juli 2023 betaalde hoofdsom.
4.10.
De vorderingen van Ambuce worden dus afgewezen.
Proceskosten
4.11.
Ambuce zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
270,00
(2 punten × € 135,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
337,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Ambuce af;
5.2.
veroordeelt Ambuce in de proceskosten van [gedaagde] van € 337,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Ambuce niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2025.

Voetnoten

1.[gedaagde] woont in Nederland; zie artikel 4 lid 1 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012, Brussel I bis.
2.Artikel 4 lid 1 sub b Verordening Pro (EU) nr. 593/2008 (hierna: Rome I-verordening).
3.Artikel 5 lid 2 Rome Pro I-verordening.
4.In de zin van artikel 4, lid 1 onder b van de Rome I-verordening.
5.Artikel 1 van Pro het KB tot wijziging, waarin artikel 4 van Pro het KB Ambulancediensten wordt gewijzigd.