Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Prosecutor General's Office of the Republic of Latvia,Letland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Tussenuitspraak 22 april 2025
4.Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden
The European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment(CPT) van 26 februari 2025 geeft geen aanleiding om anders te oordelen over het eerder vastgestelde reële gevaar van schending van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) voor gedetineerden in Letland. Met de aanvullende informatie van de Letse autoriteiten is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende antwoord gegeven op de cruciale vraag naar de concrete bescherming van de opgeëiste persoon tegen geweld en andere negatieve gevolgen van het kastenstelsel indien zij in Letland in detentie geplaatst wordt. De overwegingen uit voornoemde uitspraak dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 22 april 2025 de volgende vragen geformuleerd:
Wordt er in de penitentiaire inrichting waar de opgeëiste persoon naar verwachting gedetineerd zal worden, te weten Iļģuciems Prison, rekening gehouden met de omstandigheid dat de opgeëiste persoon een baby en een jong kind heeft (die respectievelijk één maand en 1 jaar en vier maanden oud zijn). Is voor haar bijvoorbeeld een moeder-kind unit beschikbaar?
Zo ja, is er reden om aan te nemen dat daar geen sprake is van de eerdergenoemde informele hiërarchie onder gedetineerden (het ‘kastenstelsel’)? Waarop is die veronderstelling gebaseerd?
Zo nee, welke maatregelen gelden dan concreet om de opgeëiste persoon (al dan niet met haar kinderen) te beschermen tegen het kastenstelsel?
Prison Administration of the Republic of Latviaheeft op 6 mei 2025 onder meer het volgende meegedeeld:
5.Beslissing
SCHORSThet onderzoek en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland
uiterlijk tien dagen na 25 juni 2025.
zestig dagen, omdat zij die