ECLI:NL:RBAMS:2025:3692

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 mei 2025
Publicatiedatum
3 juni 2025
Zaaknummer
13/081850-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel met 24 maanden wegens hoog recidiverisico en behandeltraject

De rechtbank Amsterdam heeft op 8 mei 2025 besloten tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) met 24 maanden. De maatregel was eerder opgelegd door het gerechtshof Amsterdam en was laatstelijk verlengd tot november 2025.

De verlenging volgt op een incident in juli 2024 waarbij de veroordeelde zich onttrok tijdens semi-begeleid verlof, wat leidde tot een stopzetting van het verlof en een nieuwe delictanalyse. Desondanks is er een positieve ontwikkeling in het inzicht van de veroordeelde in zijn (seksuele) gedachten.

Deskundigen achten het risico op gewelds- en seksuele recidive hoog en benadrukken dat het behandeltraject, waaronder schematherapie en PMT, nog niet is afgerond. De rechtbank wijst het verzoek van de verdediging af om de verlenging te beperken tot 15 maanden, omdat voldoende tijd nodig is om alle behandeldoelen te realiseren.

De maatregel zal onvoorwaardelijk eindigen op 28 november 2026, tenzij opnieuw verlengd of opgeschoren.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel met 24 maanden vanwege hoog recidiverisico en lopend behandeltraject.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Team Familie & Jeugd
Parketnummer: 13.081850.20
Beslissing op de op 11 maart 2025 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak tegen:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
verblijvende in de [jeugdinrichting] ,
die bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 20 juli 2021 werd veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel).
De PIJ-maatregel is laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank van 23 november 2023 voor de duur van zestien maanden verlengd.

De vordering

De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van de PIJ-maatregel met 24 maanden. Ter zitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de vordering.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • de vordering van de officier van justitie van 11 maart 2025;
  • het op 10 februari 2025 uitgebrachte verlengingsadvies door [jeugdinrichting] , strekkende tot verlenging van de PIJ-maatregel met vierentwintig maanden;
  • het elfde en twaalfde Perspectiefplan;
  • het Pro Justitia rapport van 8 maart 2025, opgesteld door drs. [persoon 1] , kinder- en jeugdpsychiater;
  • het Pro Justitia rapport van 10 februari 2025, opgesteld door drs. [persoon 2] ,
GZ-psycholoog.
De rechtbank heeft op 8 mei 2025 de vordering in de raadkamer met gesloten deuren behandeld. Van de mondelinge behandeling is afzonderlijk een proces-verbaal gemaakt.
Verschenen en gehoord zijn:
  • de officier van justitie, mr. R. Wiegant;
  • [veroordeelde] , bijgestaan door zijn raadsvrouw N.C. Reehuis;
  • de deskundige, [persoon 3] , verbonden aan de [jeugdinrichting] ;
  • de moeder en zus van [veroordeelde] .

De standpunten

Voor de standpunten wordt verwezen naar het proces-verbaal van de behandeling van de vordering in raadkamer met gesloten deuren.

De beoordeling

Gelet op voormeld advies, het verhandelde in raadkamer en artikel 6:6:31 van Pro het Wetboek van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [veroordeelde] eisen dat de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met
vierentwintig maandenwordt verlengd. De rechtbank zal hierna deze beslissing uitleggen.
De rechtbank stelt vast dat er in de afgelopen periode veel is gebeurd. [veroordeelde] heeft zich in juli 2024 onttrokken tijdens zijn semi-begeleid verlof en er heeft toen een incident plaatsgevonden waarvoor [veroordeelde] is gedagvaard. Dit heeft gevolgen gehad voor zijn huidige traject. Enerzijds is na dit incident bij [veroordeelde] meer inzicht en herkenning in zijn (seksuele) gedachten ontstaan, wat een positieve ontwikkeling is. Anderzijds betekent dit ook dat het verlof is stopgezet en dat er opnieuw een delictanalyse moet komen om risicofactoren in beeld te brengen. Daarbij komt dat er recent meer zorgen naar voren zijn gekomen over agressie bij [veroordeelde] . Hier moet meer zicht op komen. De risico’s op gewelds- en seksuele recidive worden door de deskundigen als hoog ingeschat. Om dit recidiverisico terug te dringen moeten veel stappen worden gezet. Het doorlopen van deze stappen gaat gepaard met veel tijd. Op dit moment staat [veroordeelde] nog op de wachtlijst voor schematherapie, is hij nog bezig met PMT en moet het verlof weer opnieuw worden opgebouwd. De rechtbank begrijpt het gevoel van een gebrek aan perspectief bij [veroordeelde] als de vordering verlengd wordt met 24 maanden. Zij is niettemin van oordeel dat de deskundigen goed hebben onderbouwd waarom een verlenging van 24 maanden toch nodig is om alle stappen te zetten. Het is belangrijk dat er voldoende tijd en ruimte is tijdens het traject van [veroordeelde] om aan alle behandeldoelen te werken. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het verweer van de advocaat de verlenging te beperken tot een periode van 15 maanden, ook niet om daarmee een vinger aan de pols te houden nu daar geen concrete aanleiding toe is.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, stelt de rechtbank vast dat de maatregel is aangevangen op 9 december 2021 en behoudens verdere verlenging of opschorting, voorwaardelijk zal eindigen op 28 november 2025 en onvoorwaardelijk zal eindigen op 28 november 2026.

Beslissing

De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [veroordeelde] met vierentwintig maanden.
Deze beschikking is gegeven in raadkamer van deze rechtbank door
mr. K. Duker, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. K.M. van Hassel en A.E. van Montfrans, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mrs. D. van Amelsvoort en A.M. Elsman, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 mei 2025.