ECLI:NL:RBAMS:2025:3709

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 mei 2025
Publicatiedatum
3 juni 2025
Zaaknummer
11460626 \ CV EXPL 24-16271
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing tot splitsing van collectieve vordering tegen beheerder wooncomplexen

In deze zaak vorderen 373 eisers gezamenlijk tegen Change= Vastgoed Beheer B.V., beheerder van twee wooncomplexen in Amsterdam. De kantonrechter overweegt dat per eiser een individueel bedrag wordt gevorderd, waarbij verschillen bestaan in de overeengekomen bedingen en betaalde kosten. Daarom is een collectieve behandeling niet passend en wordt het geding gesplitst in individuele zaken.

Eisers hebben zich tegen de splitsing verzet en hun eis voorwaardelijk gewijzigd, maar de kantonrechter oordeelt dat dit geen oplossing biedt voor de executieproblemen en het debat slechts verplaatst. De kantonrechter wijst erop dat eerdere procedures anders zijn beoordeeld, maar ziet geen reden om van het voornemen tot splitsing af te wijken.

De zaak wordt aangehouden tot 24 juni 2025, zodat eisers zich kunnen beraden over het voortprocederen na splitsing. Op die datum kunnen zij zich uitlaten over de wens tot voortzetting, maar inhoudelijke argumenten over de splitsing zijn uitgesloten. De beslissing tot splitsing staat daarmee vast.

Uitkomst: De kantonrechter beslist tot splitsing van de collectieve vordering in individuele zaken en houdt de zaak aan tot 24 juni 2025 voor verdere procedurele afhandeling.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11460626 \ CV EXPL 24-16271
Vonnis van 27 mei 2025
in de zaak van

1.[eiser]

wonende te [woonplaats]
EN DE 372 ANDERE EISERSzoals vermeld op pagina’s 1 tot en met 9 van het op
16 december 2024 betekende exploot, waar 373 eisers met naam en woonplaats staan opgesomd
eisende partijen
hierna te noemen: eisers
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
Change= Vastgoed Beheer B.V.
gevestigd te Almere
gedaagde partij
nader te noemen: Change=
gemachtigden: mr. H.M. Giezen, mr. M.P.C. Radović en mr. C.R. van Bommel

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 december 2024, met producties,
- de rolbeslissing van 14 maart 2025,
- de akte van Change=,
- de akte van eisers.
1.2.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2.De rolbeslissing en de ingediende akten

2.1.
In de rolbeslissing van 14 maart 2025 heeft de kantonrechter het voornemen geuit om het geding te splitsen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich over dit voornemen uit te laten.
2.2.
Eisers hebben zich vervolgens bij akte, kort gezegd, tegen de splitsing verzet. Verder hebben zij hun eis voorwaardelijk gewijzigd.
2.3.
Change= voert aan dat de zaak volgens haar moet worden gesplitst. Daarnaast heeft zij verzocht om eisers op te dragen nadere informatie te overleggen voordat Change= in de gelegenheid wordt gesteld voor het nemen van een conclusie van antwoord.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter ziet op basis van wat partijen hebben aangevoerd geen reden om terug te komen op haar voornemen van 14 maart 2025.
3.2.
Per eiser wordt een individueel bedrag (terug)gevorderd en deze vorderingen zullen daarom afzonderlijk moeten worden beoordeeld. Change= heeft naar voren gebracht dat niet alle individuele eisers één of meer van de bestreden bedingen zijn overeengekomen. Daarbij verschilt per eiser of zij daadwerkelijk vergoedingen voor verhuurkosten of kosten van diensten onder een dienstenovereenkomst aan Change= heeft betaald. Verder zou volgens Change=, gelet op de verrekening door Change= met de afrekening servicekosten voor het jaar 2018, aan een eiser geen vordering toekomen indien hij of zij niet tegen deze afrekening servicekosten is opgekomen. Per eiser zal dus moeten worden beoordeeld wat de concrete situatie is: is bij eiser sprake van één of meer onredelijke bedingen, heeft eiser bedragen (en zo ja, welke) aan Change= betaald en gaat het verrekeningsverweer van Change= op. Dit is dan ook reden om het geding te splitsen.
3.3.
Eisers hebben bij akte hun eis onder nummer IV. van het petitum voorwaardelijk gewijzigd. Voor het geval de kantonrechter bij het voornemen tot splitsing blijft vorderen eisers om Change= te veroordelen tot terugbetaling van alle bedragen die eisers uit hoofde van de ‘dienstenovereenkomst’ aan Change= hebben voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Volgens eisers is de eis daarmee op dezelfde wijze geformuleerd als in eerder gevoerde procedures en heeft de kantonrechter noch de wederpartij in die procedures bezwaren gehad tegen collectieve behandeling.
3.4.
Zoals eisers zelf aanvoeren zal de voorwaardelijke eiswijziging bij (gedeeltelijke) toewijzing leiden tot executieproblemen voor wat betreft de vraag welke bedragen de individuele eisers op grond van het vonnis toekomen. Dit biedt, ook met het oog op een doelmatige procesvoering, in die zin dus geen oplossing en zal het debat enkel verplaatsen. De kantonrechter is zich ervan bewust dat in eerdere procedures anders is geoordeeld. Desalniettemin ziet de kantonrechter, gelet op het voorgaande, geen ruimte voor een andere uitkomst.
3.5.
Het geding zal dus worden gesplitst. Gevolg hiervan is onder meer dat per eiser een procesdossier wordt aangemaakt en griffierecht zal moeten worden betaald.
3.6.
Namens eisers is verzocht om de zaak voorafgaande aan de beslissing tot splitsing vier weken aan te houden, zodat eisers zich over voortprocederen na splitsing kunnen beraden. Dit verzoek wordt ingewilligd. De zaak wordt daarom naar de rol verwezen van dinsdag 24 juni 2025. Op die roldatum kunnen eisers zich bij akte uitlaten over de wens tot voortprocederen. Voor de duidelijkheid wijst de kantonrechter er op dat daarbij dus geen ruimte is voor inhoudelijke argumenten en dat de in overweging 3.5 genoemde beslissing tot splitsing in zoverre vastligt. Partijen zullen vervolgens worden geïnformeerd over het vervolg van de procedure.
3.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
dinsdag 24 juni 2025voor akte uitlating eisers over voortprocederen,
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2025 in tegenwoordigheid van mr. R. Boerlage, griffier.