ECLI:NL:RBAMS:2025:3754

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
4 juni 2025
Zaaknummer
13-304341-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks afwezigheid bij proces in Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 mei 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten tegen de opgeëiste persoon, die een vrijheidsstraf van acht maanden moet ondergaan. De verdachte was niet in persoon verschenen bij het Poolse proces dat tot het vonnis leidde, wat een mogelijke weigeringsgrond vormt op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW).

De rechtbank constateerde echter dat de verdachte op 24 oktober 2013 als verdachte was verhoord en een adresinstructie had ontvangen, waarbij hij was gewezen op zijn verplichtingen omtrent adreswijzigingen. Ondanks dat hij was verhuisd naar Noorwegen en later Nederland zonder dit door te geven, was alle correspondentie naar het opgegeven Poolse adres gestuurd. Hierdoor was de verdachte voldoende op de hoogte van de procedure en werd geen schending van verdedigingsrechten vastgesteld.

De rechtbank oordeelde dat de overlevering niet geweigerd hoeft te worden en dat het feit waarvoor de straf is opgelegd ook strafbaar is volgens Nederlands recht. Gezien het voldoen aan de voorwaarden van de OLW en het ontbreken van andere weigeringsgronden, werd de overlevering toegestaan.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 4 juni 2025, waarbij geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks zijn afwezigheid bij het Poolse proces.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-304341-24
Datum uitspraak: 4 juni 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 13 maart 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 30 augustus 2024 door
the District Court in Wroclaw, Polen, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 mei 2025, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van
the Regional Court in Środa Śląskavan 13 januari 2015 (referentie: II K 548/14).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW Pro worden geweigerd.
De officier van justitie heeft verzocht om af te zien van weigering. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank ziet aanleiding om geen gebruik te maken van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit de stukken volgt dat de opgeëiste persoon voor het feit waarvoor hij is veroordeeld is op 24 oktober 2013 als verdachte is verhoord door de Poolse autoriteiten. De opgeëiste persoon heeft toen een adres opgegeven in [plaats] . Tevens heeft hij een adresinstructie ontvangen, waarbij hij is gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven en op de gevolgen van het nalaten daarvan. Deze instructie is door hem op 24 oktober 2013 ondertekend. Alle correspondentie, waaronder de oproep voor de zitting die tot het vonnis heeft geleid, is gezonden aan het door de opgeëiste persoon opgegeven adres in [plaats] . De opgeëiste persoon heeft echter verklaard dat hij al in 2013 verhuisd is naar Noorwegen (en later naar Nederland) en dat hij geen adreswijziging(en) heeft doorgegeven aan de Poolse autoriteiten. De rechtbank stelt dan ook vast dat de opgeëiste persoon van de procedure, die in Polen tegen hem liep, op de hoogte was en dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. Als de opgeëiste persoon al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces dat tot dit vonnis heeft geleid, dan is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie.

4.Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikel 141 Wetboek Pro van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the District Court in Wroclaw, Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. M. Westerman en M.W. Speksnijder, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 juni 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.