Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
2.
3.
1.
2.
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
- een kassalade met daarin ongeveer 350 euro en een fooienpot met daarin enig geldbedrag die aan [benadeelde partij 1] en [café 1] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
- twee kassalades met daarin contant geld, die aan [benadeelde partij 2] en [Brasserie] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen
De vordering tot schadevergoeding
De vordering tot schadevergoeding
De vordering tot schadevergoeding
De vordering tot schadevergoeding
De rechtbank zal de vordering daarom voor het materiële deel toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2024. Nu de vordering is gedaan namens een rechtspersoon wijst de rechtbank het gevorderde bedrag tot materiële schade toe exclusief BTW, te weten € 935,00 (zegge: negenhonderdvijfendertig euro).
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
6 (zes) maanden.
3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
2 (twee) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.
[…]
[…]