Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Geen sprake van een vormverzuim
onderzoekenop lading maar dat daaronder niet wordt verstaan het
doorzoekenvan het voertuig zoals dat hier heeft plaatsgevonden. De raadsvrouw verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar een conclusie van de advocaat-generaal, gepubliceerd onder ECLI:NL:PHR:2025:517.
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.Het bewijs
7.De strafbaarheid van het feit
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 23 (oud) en 24c van het Wetboek van Strafrecht,
- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,
- 2 en 5 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen,
- 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen,
- 2 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen; en
- 7.5.7.1 (oud), 7.5.11 (oud), 8.1.2.1 a (oud), 8.1.4 (oud) en 8.2.3 (oud) van de Overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
€ 1.250,-(twaalfhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 22 dagen.