ECLI:NL:RBAMS:2025:4318

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 juni 2025
Publicatiedatum
24 juni 2025
Zaaknummer
11633547 \ CV EXPL 25-5465
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:96 lid 6 BWRichtlijn 93/13 EGBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing betaling en incassokosten bij aankoop via bol.com met ambtshalve toetsing consumentenrecht

In deze civiele procedure vordert bol.com betaling van een hoofdsom en incassokosten van gedaagde, die niet is verschenen. De kantonrechter stelt vast dat de koopovereenkomsten via bol.com zijn gesloten en onderzoekt ambtshalve de naleving van de informatieplichten door bol.com als handelaar.

Bol.com heeft schermafdrukken van het bestelproces overgelegd die aantonen dat zij aan de essentiële precontractuele informatieplichten heeft voldaan, waaronder de bestelknop conform artikel 6:230v lid 3 BW. Echter ontbreekt bewijs dat na aankoop de contractuele informatieplichten zijn nagekomen, waardoor een sanctie van 20% vermindering van de hoofdsom wordt opgelegd.

De kernbedingen in de overeenkomst zijn duidelijk en begrijpelijk, zodat toetsing op oneerlijkheid niet aan de orde is. Het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden is getoetst en niet oneerlijk bevonden, waardoor de gevorderde incassokosten worden toegewezen. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van €45,60 aan hoofdsom, €27,94 aan incassokosten en €315,78 aan proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €45,60 aan hoofdsom, €27,94 aan incassokosten en €315,78 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11633547 \ CV EXPL 25-5465
Vonnis van 5 juni 2025
in de zaak van
BOL.COM BV,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 maart 2025, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij vordert betaling van € 57,00 aan hoofdsom en € 27,94 aan incassokosten, vermeerderd met de proceskosten.
2.2.
Eisende partij stelt in de dagvaarding dat gedaagde partij als consument één of meerdere goederen heeft gekocht via de website van bol.com. Door een bestelling wordt een koopovereenkomst op afstand gesloten. Voordat kan worden besteld moeten klanten een account bij eisende partij aanmaken.
2.3.
De koopovereenkomst of koopovereenkomsten die aan de vordering ten grondslag liggen zijn gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet ambtshalve onderzoeken of eisende partij de op haar als handelaar rustende informatieplichten heeft nageleefd. Ook moet worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
Informatieplichten
2.4.
Over de informatieplichten stelt eisende partij dat zij heeft voldaan aan de verplichtingen voortvloeiend uit artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ter onderbouwing van die stelling heeft eisende partij schermafdrukken van het bestelproces dat klanten moeten doorlopen overgelegd, waarbij eisende partij in de dagvaarding nadrukkelijk stelt dat de schermafdrukken dateren van 4 september 2024 en sindsdien ongewijzigd zijn gebleven.
2.5.
De dagvaarding is door eisende partij kennelijk opgesteld om standaard voor meerdere zaken te gebruiken. Eisende partij kan in twee verschillende hoedanigheden optreden: als verkopende partij en/of als lasthebber van een andere verkopende partij. In de dagvaarding is niet specifiek in deze zaak gesteld in welke hoedanigheid eisende partij optreedt. Dat zal eisende partij in het vervolg wel moeten doen. Uit de overgelegde facturen van de bestellingen door gedaagde partij wordt opgemaakt dat de aankopen zijn gedaan bij eisende partij zelf.
2.6.
Nu gedaagde partij de bestelling(en) heeft gedaan in hetzelfde jaar als het jaar waaruit de schermafdrukken dateren en de schermafdrukken het bestelproces van een aankoop bij eisende partij zelf weergeven (en niet bij een externe verkoper), kunnen de schermafdrukken dienen ter onderbouwing van de stelling dat eisende partij aan de informatieplichten heeft voldaan. Uit het door eisende partij uiteengezette bestelproces volgt dat eisende partij aan de op haar rustende essentiële precontractuele informatieplichten heeft voldaan. Ook de bestelknop in de zin van artikel 6:230v lid 3 BW voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
2.7.
Na afronding van het bestelproces heeft gedaagde partij volgens eisende partij per e-mail een bestelbevestiging ontvangen en kan gedaagde partij in zijn eigen account al zijn bestellingen zien. De bestelbevestigingen van de bestellingen van gedaagde partij, of een voorbeeld van bestelbevestiging, heeft eisende partij niet in het geding gebracht. Weliswaar verwijst eisende partij naar het account [1] en overlegt zij hiervan enkele schermafdrukken, maar hieruit blijkt niet welke informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW wordt bevestigd na een aankoop. Hierdoor kan niet worden getoetst of is voldaan aan de contractuele informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230v lid 7 BW. Hiervoor zal overeenkomstig de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten een sanctie worden opgelegd, die in dit geval bestaat uit een vermindering van de betalingsverplichting van gedaagde partij met 20%.
Toetsing van bedingen
2.8.
De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een kernbeding van de koopovereenkomsten. Ambtshalve toetsing van kernbedingen is ingevolge artikel 4 lid 2 van Pro de richtlijn alleen aan de orde als ze niet duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Nu het onderhavige kernbeding duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd, is toetsing op oneerlijkheid niet aan de orde.
2.9.
Het voorgaande leidt tot toewijzing van een hoofdsom van € 45,60 (€ 57,00 x 0,8).
2.10.
Op de overeenkomsten zijn de Algemene Voorwaarden Thuiswinkel van toepassing verklaard. In deze voorwaarden staat in artikel 15 lid 4 een Pro incassokostenbeding. Eisende partij vordert in deze procedure incassokosten. Daarom moet het beding worden getoetst op oneerlijkheid, ongeacht of eisende partij daarop een beroep doet. Als het beding waarop eisende partij zich zou kunnen beroepen oneerlijk is, kan zij immers geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn als het beding niet in de algemene voorwaarden zou staan. Dat volgt uit de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger). Het incassokostenbeding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden, omdat het inhoudelijk gelijk is aan de wettelijke regeling. Daarom kan eisende partij aanspraak maken op de wettelijke incassokosten.
2.11.
De hoogte van de gevorderde vergoeding voor incassokosten zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Eisende partij heeft aan gedaagde partij een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Het gevorderde bedrag komt niet uit boven het in het Besluit bepaalde tarief. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 27,94 worden toegewezen.
2.12.
Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
40,00
(1 punt × € 40,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
315,78

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 45,60,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 27,94 aan buitengerechtelijke kosten,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 315,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.
991

Voetnoten

1.Waarbij de kantonrechter opmerkt dat ondanks de door eisende partij aangehaalde jurisprudentie in dat verband, op dit moment niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat een account kan worden aangemerkt als duurzame gegevensdrager. Nu hierover prejudiciële vragen zijn gesteld, ligt het verbinden van een sanctie hieraan niet in de rede.