Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 14 mei 2025,
- het vonnis in incident van 23 mei 2025.
mr. Bouman toe. Weliswaar is deze akte een dag voor de zitting ingediend, maar de omvang is beperkt en de stukken waren [eiser] bekend. Ook heeft [eiser] geen bezwaar gemaakt tegen deze stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€343,55 verschuldigd. Het gevolg is dus dat [gedaagde] per mei 2025 een huurachterstand heeft van € 314,49 en in verzuim is. Dit bedrag is toewijsbaar.
NJ1999/569).
€ 1.000,- daarmee mag verrekenen. Vervolgens heeft [gedaagde] bij akte van 6 mei 2025 de cessie betwist. Hij wijst erop dat de partijen bij de akte van cessie [eiser] en [naam] zijn. Dus niet Stichting de Heuvel, die de verhuurder was. Op de mondelinge behandeling van 14 mei 2025 heeft [eiser] uitgelegd dat Stichting de Heuvel is ontbonden en dat de vordering op [gedaagde] bij de vereffening van de Stichting is overgedragen aan diens bestuurder, [naam] , die het op zijn op beurt heeft overgedragen aan [eiser] . [eiser] heeft er verder op gewezen dat [gedaagde] bij conclusie van antwoord de cessie zelf niet heeft betwist, maar veel later pas, op 6 mei 2025 wel. Hierdoor is [eiser] de mogelijkheid ontnomen om onderbouwd op die betwisting in te gaan. De kantonrechter is het ermee eens dat [eiser] de gelegenheid moet krijgen om zijn toelichting verder te onderbouwen. Hierna mag [eiser] een akte nemen en verder onderbouwen dat de vordering rechtsgeldig aan hem is geleverd. Daarna mag [gedaagde] daarop reageren.