De huurder heeft sinds juni 2024 een huurachterstand opgebouwd die op het moment van de zitting € 2.782,09 bedroeg, wat overeenkomt met ongeveer 4,4 maanden huur. Ondanks eerdere betalingsregelingen en sommaties is de achterstand niet weggewerkt.
Rochdale vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, alsmede betaling van de achterstallige huur met wettelijke rente en proceskosten. De huurder erkent de achterstand niet te kunnen betwisten en vraagt een termijn (terme de grâce) om de achterstand in te lopen, vanwege persoonlijke omstandigheden en verwachte inkomsten.
De rechtbank weegt het grote belang van Rochdale om snel over de woning te kunnen beschikken zwaarder dan het belang van de huurder om uitstel te krijgen, maar wijst de ontbinding en ontruiming slechts toe onder de voorwaarde dat de huurder binnen één maand de achterstand en de lopende huur voldoet. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, ontruiming van de woning, betaling van de lopende huur tot ontruiming en de proceskosten.