De rechtbank Amsterdam heeft op 27 juni 2025 besloten tot verlenging van de termijn voor de feitelijke overlevering van een opgeëiste persoon aan Italië. De overlevering was oorspronkelijk gepland binnen tien dagen na de uitspraak van 19 juni 2025, maar kon niet plaatsvinden vanwege vliegangst van de opgeëiste persoon. Hierdoor kon de overlevering niet binnen de gestelde termijn worden uitgevoerd.
De officier van justitie heeft op grond van artikel 35, tweede lid, OLW gevorderd dat de termijn met tien dagen wordt verlengd. De rechtbank acht dit verzoek gegrond omdat de verhindering buiten de macht van enige lidstaat ligt en zeer uitzonderlijke omstandigheden betreft. De opgeëiste persoon was eerder zonder problemen naar Nederland gekomen via een vlucht vanuit Marokko, wat de onvoorziene aard van de situatie benadrukt.
Daarnaast is ook verlenging van de vrijheidsbeneming met tien dagen toegestaan op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW. De rechtbank verwacht dat binnen deze verlengde termijn een nieuwe datum voor de feitelijke overlevering zal worden overeengekomen. Zowel de raadsvrouw van de opgeëiste persoon als de officier van justitie gingen akkoord met een schriftelijke afdoening van het verzoek.