De rechtbank Amsterdam heeft op 12 november 2025 besloten om de termijn voor de feitelijke overlevering van een opgeëiste persoon aan Polen met 10 dagen te verlengen op grond van overmacht zoals bedoeld in artikel 35, tweede lid, OLW.
De feitelijke overlevering was oorspronkelijk gepland op 4 november 2025, maar werd geannuleerd door het Openbaar Ministerie vanwege een verzoek tot een voorlopige voorziening dat namens de opgeëiste persoon was ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Op 10 november 2025 wees het EHRM dit verzoek af, waardoor het beletsel voor de overlevering wegviel.
Omdat de termijn voor feitelijke overlevering te kort was om deze nog uit te voeren, en de Poolse autoriteiten nog geen bevestiging hadden gegeven van een nieuwe datum, oordeelde de rechtbank dat sprake was van overmacht. De rechtbank verlengde daarom de termijn en de vrijheidsbeneming met 10 dagen, zodat de overlevering uiterlijk op 24 november 2025 kan plaatsvinden.
De opgeëiste persoon werd niet gehoord omdat hij niet ter zitting verscheen, maar zijn raadsvrouw verwees per e-mail naar het eerdere oordeel van de rechtbank. De rechtbank volgde het standpunt van het Openbaar Ministerie dat de verlenging noodzakelijk was vanwege omstandigheden buiten de macht van de lidstaten.