De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 januari 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank Mosbach in Duitsland. Het EAB betreft de aanhouding en overlevering van een persoon geboren in 1983, die momenteel in Nederland gedetineerd is.
Tijdens de zitting op 8 januari 2025 verscheen de opgeëiste persoon, bijgestaan door een raadsman en een Russische tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn met 30 dagen en beval gevangenhouding tot sluiting van het onderzoek. De identiteit van de opgeëiste persoon werd bevestigd en hij verklaarde de Oekraïense nationaliteit te bezitten.
Het EAB is gebaseerd op een arrestatiebevel voor voorlopige hechtenis wegens een strafbaar feit dat in Duitsland wordt aangemerkt als moord en zware mishandeling, strafbaar met een gevangenisstraf van ten minste drie jaar. Omdat het een lijstfeit betreft, is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege gelaten.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen van de Overleveringswet (OLW), dat er geen weigeringsgronden zijn en dat geen uitzonderingen van toepassing zijn. Daarom werd de overlevering aan Duitsland toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.