Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:5196

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
1310022622
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 OverleveringswetArt. 530 SvArt. 533 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoeken tot schadevergoeding overleveringsdetentie wegens te late indiening

Verzoeker heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand in verband met zijn overleveringsdetentie op grond van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door Duitsland. De verzoeken zijn op 17 maart 2025 ingediend en betreffen onder meer vergoeding voor vrijheidsbeneming, geannuleerde vakantie en reiskosten.

De rechtbank heeft op 3 juli 2025 een zitting gehouden waarbij verzoeker en de officier van justitie zijn gehoord. De raadsman van verzoeker was niet aanwezig. De officier van justitie stelde zich primair op het standpunt dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien de overleveringsprocedure op 7 augustus 2024 was geëindigd en het verzoek uiterlijk drie maanden daarna had moeten worden ingediend. Subsidiair stelde zij dat er geen sprake was van een weigering van overlevering, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk zou zijn.

De rechtbank laat de vraag of het verzoek tijdig is ingediend in het midden, maar oordeelt dat er geen sprake is van een weigering van overlevering of een daarmee gelijk te stellen situatie. Hierdoor is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand wegens het ontbreken van een weigering van overlevering.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13-100226-22
RK nummers: 006902-25 en 006904-25
BESCHIKKING
Op de verzoeken tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 67 van Pro de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
te dezen domicilie kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,
mr. J.W.J. Hopmans, Hopmans Advocatuur, gevestigd aan de Mooksebaan 2A te Groesbeek, correspondentieadres: Postbus 12, 6560 AA Groesbeek,
hierna te noemen: verzoeker.

1.Procesgang

Bij schriftelijke verzoeken, bij de rechtbank ingediend op 17 maart 2025, heeft verzoeker vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming (overleveringsdetentie), de reiskosten naar de zitting waarop zijn zaak is behandeld en van de kosten van rechtsbijstand in het kader van de overleveringsprocedure.
De rechtbank heeft op 3 juli 2025 verzoeker en de officier van justitie, mr. W.L.M. van Poll, in openbare raadkamer gehoord. De raadsman van verzoeker, mr. J.W.J. Hopmans, advocaat in Groesbeek, is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

2.Voorgeschiedenis

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:
- Op 9 februari 2022 is door
die direktorin des Amtsgerichts Kleve,Duitsland, een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB) uitgevaardigd, strekkende tot de aanhouding en overlevering van verzoeker aan Duitsland, in verband met een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek.
- Van 24 mei 2024 tot en met 28 mei 2024 is verzoeker gedetineerd geweest op grond van de OLW, gelet op voormeld EAB. Daarna is de overleveringsdetentie geschorst.
- Bij uitspraak van deze rechtbank van 7 augustus 2024 is de overlevering toegestaan.
- Van 7 augustus 2024 tot en met 15 augustus 2024 heeft verzoeker in detentie gezeten ter fine van zijn overlevering.

3.Verzoeken

De verzoeken strekken tot het toekennen van een vergoeding door de Nederlandse Staat van
- € 3.202,83,- voor de ondergane vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure, nader gespecificeerd:
 dagen politiebureau: 4 x € 130,- = € 520,-,
 dagen Huis van Bewaring 9 x € 100,- = € 900,-,
 de door verzoeker geboekte en wegens zijn detentie geannuleerde vakantie van € 1.637,50 en
 de door verzoeker gemaakte reiskosten om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn
€ 145,33.
- € 680,- voor de kosten die in verband met het opstellen, indienen en behandelen van de verzoeken om schadevergoeding zijn gemaakt.
Verzoeker heeft ter zitting de verzoeken nader toegelicht. Hij heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat hij zich op het standpunt stelt dat het verzoekschrift tijdig is ingediend, omdat pas op 20 december 2024 duidelijk werd dat de zaak tegen verzoeker was geseponeerd en de strafzaak tegen hem dus was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

4.Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het verzoek te laat is ingediend en om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Op 7 augustus 2024 is door de uitspraak van deze rechtbank de overleveringsprocedure geëindigd, zodat het verzoek uiterlijk drie maanden na 7 augustus 2024 had moeten worden ingediend. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een weigering van het overleveringsverzoek of een daarmee gelijk te stellen beslissing en om die reden het verzoek niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

5.Oordeel van de rechtbank

De rechtbank laat in het midden of het verzoek tijdig is ingediend.
De rechtbank stelt namelijk vast dat geen sprake is van weigering van de overlevering noch van een situatie die daarmee in de recente rechtspraak is gelijkgesteld. Verzoeker dient reeds om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek.

6.Beslissing

De rechtbank verklaart klager in zijn verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand
NIET-ONTVANKELIJK.
Deze beslissing is gegeven op 17 juli 2025 door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. E. Biçer en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.