ECLI:NL:RBAMS:2025:5567

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juli 2025
Publicatiedatum
28 juli 2025
Zaaknummer
11191961 \ CV EXPL 24-8133
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende stelplicht bij toetsing consumentenrecht

In deze zaak stond centraal of eisende partij, handelaar Moving Intelligence B.V., heeft voldaan aan haar informatieplichten jegens gedaagde, een consument, bij het sluiten van een overeenkomst op afstand. De kantonrechter beoordeelde ambtshalve of aan de consumentenrechtelijke informatieverplichtingen was voldaan.

Eisende partij stelde dat de overeenkomst online was gesloten en dat aan de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v BW was voldaan, onderbouwd met schermafdrukken van het bestelproces uit 2023. Echter, de relevante feiten betreffen aanmelding in 2015 en bestelling in 2019. Omdat geen schermafdrukken uit die periodes waren overgelegd, kon niet worden vastgesteld of destijds aan de informatieplichten was voldaan.

De rechtbank oordeelde dat de overgelegde schermafdrukken niet als bewijs konden dienen en dat geen tussenvonnis wordt gewezen om ontbrekende stukken op te vragen. Hierdoor kon het ambtshalve onderzoek niet goed worden uitgevoerd. Eisende partij heeft daardoor niet aan haar stelplicht voldaan, wat leidt tot afwijzing van de vordering. De proceskosten worden begroot op nihil en eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende stelplicht van eisende partij om naleving van informatieplichten aan te tonen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11191961 \ CV EXPL 24-8133
Vonnis van 25 juli 2025
in de zaak van
MOVING INTELLIGENCE B.V.,
gevestigd te Zaltbommel,
eisende partij,
gemachtigde: mr. E.L.B. Hundscheidt,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 juni 2024, met producties,
- de vermindering van de eis met € 334,62 d.d. 3 juli 2024,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De overeenkomst die in deze procedure centraal staat is gesloten tussen eisende partij als handelaar en gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht plaatsvinden. Onder meer moet worden onderzocht of eisende partij de op haar rustende informatieplichten heeft nageleefd.
2.2.
Eisende partij stelt in de dagvaarding dat de overeenkomst online via de website van eisende partij is gesloten. Het betreft een overeenkomst op afstand. Eisende partij stelt dat is voldaan aan de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) en verwijst ter onderbouwing van die stelling naar schermafdrukken van het bestelproces.
2.3.
Uit de overgelegde stukken volgt dat gedaagde partij zich bij eisende partij heeft aangemeld op 13 juli 2015. Op 21 mei 2019 heeft gedaagde partij een bestelling geplaatst. Gelet op deze data, dient de kantonrechter het aanmeld- en het bestelproces te beoordelen van respectievelijk 2015 en 2019. De schermafdrukken die eisende partij in het geding heeft gebracht ter onderbouwing van haar stelling dat is voldaan aan de informatieplichten dateren echter van 2023. Dat blijkt uit de copyright onderaan de schermafdruk die is overgelegd als productie 2. Nu de kantonrechter niet beschikt over schermafdrukken van het bestelproces ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, kan niet worden getoetst op eisende partij destijds aan haar informatieplichten heeft voldaan.
2.4.
De overgelegde schermafdrukken kunnen naar vast beleid van deze rechtbank niet dienen ter onderbouwing van de stelling dat is voldaan aan de informatieplichten. In dit verband wordt verwezen naar overweging 3.1.17 van het Arvato-arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:1677). Eveneens is vast beleid dat geen tussenvonnis wordt gewezen om ontbrekende informatie en/of stukken om ambtshalve te kunnen toetsen op te vragen.
2.5.
Geoordeeld wordt dat eisende partij de voor de beoordeling van belang zijnde feiten niet volledig heeft aangevoerd, waardoor het ambtshalve onderzoek door de kantonrechter niet goed kan worden uitgevoerd. Eisende partij heeft dan ook niet voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
2.6.
Eisende partij wordt bij deze uitkomst als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, die worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2025.
991