ECLI:NL:RBAMS:2025:5610

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 juli 2025
Publicatiedatum
30 juli 2025
Zaaknummer
11483798 \ CV EXPL 25-478
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurder vordert schadevergoeding wegens lekkage en schimmel; gedeeltelijke toewijzing

De huurder heeft Rochdale aansprakelijk gesteld voor schade veroorzaakt door lekkage en schimmel in de gehuurde woning. Zij vordert een bedrag van € 24.816,72 inclusief wettelijke rente en vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Rochdale betwist aansprakelijkheid maar biedt coulance aan door een huurcompensatie en tegemoetkoming voor schade aan de vloer.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Rochdale aangegeven bereid te zijn € 5.768,60 te betalen, bestaande uit 65% huurcompensatie over vijf maanden en een vergoeding voor de vloer. De rechtbank wijst dit bedrag toe. De overige schadevordering wordt afgewezen omdat de huurder onvoldoende concreet en onderbouwd heeft gesteld hoe en wanneer die schade is ontstaan en waarom Rochdale daarvoor aansprakelijk zou zijn.

De rechtbank benadrukt dat de huurder niet aan haar stelplicht heeft voldaan, mede doordat de producties niet concreet in de dagvaarding zijn toegelicht en de huurder onvoldoende inzicht gaf in de schadeopbouw. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Rochdale wordt veroordeeld tot betaling van € 5.768,60 aan de huurder wegens lekkage- en schimmelschade; overige schadevordering afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11483798 \ CV EXPL 25-478
Vonnis van 1 juli 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
WONINGSTICHTING ROCHDALE,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rochdale,
gemachtigde: mr. N. Vos.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 december 2024, met producties,
- de conclusie van antwoord,
- het instructievonnis van 18 maart 2025,
- de dagbepaling van de mondelinge behandeling.
1.2.
Op 3 juni 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen, zonder haar gemachtigde. Namens Rochdale is de heer [naam] (manager dagelijks onderhoud) verschenen, bijgestaan door de gemachtigde.
1.3.
Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Ten slotte is bepaald dat er een vonnis komt.

2.De kern

2.1.
[eiser] huurt van Rochdale de woning aan de [adres] . Door een lekkage en schimmel in de woning heeft [eiser] schade geleden. Volgens [eiser] is Rochdale aansprakelijk voor die schade. Zij vordert daarom in deze procedure dat Rochdale € 24.816,72 inclusief wettelijke rente aan haar betaalt. Ook vordert zij vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. Rochdale betwist dat zij aansprakelijk is. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
3. De beoordeling
Rochdale moet € 5.768,60 betalen
3.1.
Rochdale heeft ter zitting aangegeven dat zij, hoewel zij aansprakelijkheid betwist, bereid is om coulancehalve een bedrag aan [eiser] te betalen. De reden daarvoor is dat Rochdale het vervelend vindt dat het door gebrekkig werk van door haar ingeschakelde aannemers lang heeft geduurd tot de schimmel en lekkage verholpen waren.
3.2.
Rochdale heeft aangeboden om aan [eiser] te betalen een huurcompensatie van 65% over vijf maanden (€ 3.768,60) en een tegemoetkoming voor overige schade zoals de vloer (€ 2.000,-). Dit deel van de vordering is dus toewijsbaar. Rochdale wordt daarom veroordeeld tot betaling van € 5.768,60.
Rest van de gevorderde schade afgewezen
3.3.
[eiser] heeft, zeker in het licht van de gemotiveerde betwisting door Rochdale, onvoldoende gemotiveerd gesteld dat het overige gedeelte van de door haar gevorderde schade toewijsbaar is. De rest van haar vordering wordt dus afgewezen. Dat wordt als volgt toegelicht.
3.4.
Als iemand een ander aanspreekt voor vergoeding van zijn schade, dan zal diegene voldoende concreet en onderbouwd feiten moeten stellen, waaruit blijkt dat die ander aansprakelijk is voor de schade. Ook zal diegene moeten onderbouwen wat de hoogte van de schade is. Dat heeft [eiser] onvoldoende gedaan. Zij stelt in de dagvaarding alleen dat Rochdale aansprakelijk is en dat Rochdale bereid is om een vergoeding voor die schade te betalen, maar zij heeft onvoldoende toegelicht hoe en wanneer het restant van de door haar gevorderde schade is ontstaan en waarom Rochdale daarvoor aansprakelijk zou zijn. De dagvaarding geeft daarnaast onvoldoende inzicht in de opbouw van de door haar gestelde schade en [eiser] heeft niet onderbouwd dat zij buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt. [eiser] heeft dus niet aan haar stelplicht voldaan.
3.5.
De door [eiser] bij de dagvaarding ingediende producties maken dat niet anders. Weliswaar heeft zij bij dagvaarding een aanzienlijke hoeveelheid pagina’s aan producties overgelegd, maar in de dagvaarding wordt niet concreet naar die producties verwezen. Het is niet aan de kantonrechter om, zonder concrete verwijzing, zelf in die producties op zoek te gaan naar eventuele bewijsmiddelen die een standpunt van een partij zouden kunnen onderbouwen. Dat geldt al helemaal in zaken waarin een partij wordt bijgestaan door een gemachtigde, zoals in dit geval.
3.6.
De ter zitting door [eiser] gegeven toelichting maakt het restant van haar vordering evenmin toewijsbaar. Weliswaar heeft die mondelinge toelichting de kern van het geschil wat inzichtelijker gemaakt. Ook is ter zitting duidelijk geworden dat een kitrandje, dat op enig moment door een onderaannemer van Rochdale is aangebracht, heeft geleid tot bepaalde vochtdoorslag in de woning. Maar ook ter zitting heeft [eiser] onvoldoende concreet weten te maken hoe het restant van de door haar gevorderde schade nou precies is opgebouwd, wanneer die schade zou zijn ontstaan en waarom Rochdale ook daarvoor aansprakelijk is en dus meer schade zou moeten betalen dan de hiervoor besproken € 5.768,60.
De proceskosten worden gecompenseerd
3.7.
Omdat Rochdale ter zitting heeft aangegeven dat zij bereid is om haar eigen proceskosten te dragen, worden de proceskosten gecompenseerd.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt Rochdale om aan [eiser] € 5.768,60 te betalen,
4.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 1 juli 2025.
64183