ECLI:NL:RBAMS:2025:5619

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
13/137268-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering van een persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel door de Rechtbank Amsterdam

Op 30 juli 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Deense autoriteiten. De zaak betreft een verzoek tot overlevering van een persoon die verdacht wordt van strafbare feiten volgens Deens recht, waaronder moord en doodslag. De behandeling van het EAB vond plaats op 16 juli 2025, waarbij de opgeëiste persoon aanwezig was en werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans. De officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, heeft de rechtbank verzocht om de overlevering toe te staan. De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden zijn die zich tegen de overlevering verzetten. De rechtbank heeft de termijn voor de uitspraak met 30 dagen verlengd en de gevangenhouding bevolen. Uiteindelijk heeft de rechtbank besloten de overlevering toe te staan, omdat de feiten die in het EAB zijn vermeld, ook als lijstfeiten zijn aangemerkt en voldoen aan de voorwaarden van de OLW. De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/137268-25
Datum uitspraak: 30 juli 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 19 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 januari 2024 door
the Court of Glostrup, Denemarken (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëist persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
[detentie adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 juli 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over de overlevering.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een bevel tot voorlopige hechtenis van
the District Court of Glostrup(Denemarken) van 8 januari 2024, case no. GRL-49/2024.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Deens recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de aanduiding als lijstfeit ook geldt voor feit 2 (het bezit van een vuurwapen en munitie), omdat het vuurwapen en de munitie zijn gebruikt bij feit 1 (het doodschieten van een persoon). Subsidiair heeft de officier van justitie betoogd dat feit 2 ook naar Nederlands recht strafbaar is.
De rechtbank stelt voorop dat zij – afgezien van gevallen waarin op het feit niet een maximumstraf van ten minste drie jaren is gesteld – in het algemeen alleen dan treedt in de beoordeling of een feit al dan niet als lijstfeit kan worden aangemerkt, voor zover de toelaatbaarheid van de overlevering daarvan afhangt, dat wil zeggen voor zover aannemelijk is dat het feit niet naar Nederlands recht strafbaar is én er geen aanleiding bestaat om af te zien van weigering vanwege het ontbreken van dubbele strafbaarheid. [4] In het licht van het voorgaande volgt de rechtbank de officier van justitie in het primaire standpunt.
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
moord en doodslag, zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op de feiten naar het recht van Denemarken een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëist persoon]aan
the Court of Glostrup, Denemarken, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. H.J.H. van Meegen en M.C.M. Hamer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. dr. V.H. Glerum, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 30 juli 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Zie bijv. Rb. Amsterdam 31 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:8458.