Op 27 april 2025 bedreigde verdachte zijn partner met de dood en had hij een vuurwapen en munitie in zijn bezit. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte onder invloed van cocaïne agressief was en ernstige bedreigingen uitte, ondersteund door WhatsApp-berichten en een 112-melding. De bedreiging met een hamer tegen het raam werd niet bewezen verklaard.
Verdachte bekende het bezit van een revolver en 50 stuks munitie, wat werd bevestigd door processen-verbaal van opsporingsambtenaren. De rechtbank oordeelde dat het bezit van het vuurwapen en de munitie een onaanvaardbaar veiligheidsrisico vormt, vooral in combinatie met de bedreiging.
De rechtbank hield rekening met het eerdere strafblad van verdachte, zijn verslavingsproblematiek en het advies van de reclassering. Verdachte en zijn partner willen hun relatie voortzetten, maar herhaling moet worden voorkomen. Daarom werd een gevangenisstraf van 10 maanden opgelegd, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling en middelencontrole.
De bijzondere voorwaarden worden dadelijk uitvoerbaar verklaard vanwege het risico op herhaling. Het vuurwapen en de munitie zijn onttrokken aan het verkeer. De rechtbank sprak verdachte vrij van het niet bewezen verklaarde feit van het slaan met een hamer tegen het raam.