De Universiteit Leiden verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens langdurig ongewenst gedrag en schending van wetenschappelijke integriteit. De rechtbank acht de bevindingen van een onafhankelijk onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag voldoende aannemelijk, maar constateert dat de werkgever onvoldoende toezicht hield en de werknemer nooit op haar gedrag heeft aangesproken.
De werknemer heeft tegenbewijs geleverd, maar dit weerlegt de bevindingen niet overtuigend. De rechtbank benadrukt dat de werknemer de kans had moeten krijgen haar gedrag aan te passen via een helingsproces, dat door de werkgever genegeerd werd. Ook is herplaatsing niet onderzocht, terwijl de werknemer bijna met pensioen gaat.
De rechtbank concludeert dat ontbinding niet de juiste weg is en wijst het verzoek af. Ook de tegenverzoeken van de werknemer, waaronder rectificatie en toegang tot gebouwen, worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.