ECLI:NL:RBAMS:2025:6129
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 juli 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Belgische onderzoeksrechter van de rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen. De opgeëiste persoon, een Nederlander geboren in 1973, werd vertegenwoordigd door zijn raadsman en was zelf niet aanwezig.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de opgeëiste persoon op 25 juli 2025 in België was aangehouden, hetgeen door zowel de raadsman als de officier van justitie werd erkend. Hierdoor kwam de ontvankelijkheid van de vordering te vervallen omdat de persoon niet meer in Nederland verbleef.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in zijn vordering en stelde vast dat de overleveringsdetentie van rechtswege is vervallen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door drie rechters onder voorzitterschap van E. Biçer.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel omdat de opgeëiste persoon reeds in België is aangehouden.