In deze zaak staat centraal of de beëindiging van de overeenkomst tussen een sales consultant en een privé-luchtvaartbedrijf een opzegging of ontbinding betrof, en of de opdrachtgever terecht een beroep deed op vernietiging wegens dwaling. De overeenkomst was aangegaan voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van twee maanden. De opdrachtgever beëindigde de samenwerking per direct, zonder de opzegtermijn in acht te nemen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep op dwaling niet slaagt omdat de opdrachtgever onvoldoende feiten en bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat zij een onjuiste voorstelling van zaken had bij het aangaan van de overeenkomst. De beëindiging moet worden gekwalificeerd als een opzegging, niet als een ontbinding, omdat de opdrachtnemer uit de communicatie en gedragingen van de opdrachtgever gerechtvaardigd mocht vertrouwen op opzegging.
Omdat de opzegtermijn niet is gerespecteerd, is de opzegging onregelmatig en heeft de opdrachtnemer recht op een schadevergoeding ter grootte van het loon over de opzegtermijn. De rechtbank volgt de opdrachtnemer in zijn standpunt dat het overeengekomen loon een vast bedrag van € 8.500 per maand betrof. Het verweer van de opdrachtgever dat de opdrachtnemer eigen schuld heeft aan de schade wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling van € 23.655,50 plus rente en buitengerechtelijke kosten, en de tegenvorderingen worden afgewezen.