Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:6267

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 augustus 2025
Publicatiedatum
26 augustus 2025
Zaaknummer
25/101
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn overschrijding bij niet tijdig beslissen WIA-aanvraag

Eiseres heeft op 10 november 2022 een aanvraag ingediend bij verweerder, het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, waarop niet tijdig is beslist. Na het verstrijken van de beslistermijn stelde eiseres verweerder op 31 januari 2023 in gebreke, waarna zij nog twee weken moest wachten alvorens beroep in te stellen.

Eiseres diende het beroep echter pas bijna twee jaar na de ingebrekestelling in, wat de rechtbank als onredelijk laat beoordeelt. Hoewel het beroep tegen niet tijdig beslissen niet aan een vaste termijn is gebonden, geldt dat indien het beroep meer dan een jaar na ingebrekestelling wordt ingesteld, het niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

De rechtbank oordeelt dat het feit dat eiseres na de ingebrekestelling bleef informeren naar de stand van zaken niet leidt tot een ander oordeel. De ingebrekestelling en de daaraan gekoppelde bestuurlijke dwangsom zijn bedoeld als pressiemiddel, maar verweerder blijft verplicht een besluit te nemen.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan zij inhoudelijk niet op het beroep ingaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/101

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Olympia Personeelsbeheer B.V. , gevestigd te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. M.S. Winkel).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres op 6 januari 2025 heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 10 november 2022.
1.1.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is weliswaar niet aan een termijn gebonden, maar moet niet-ontvankelijk worden verklaard, indien de betrokkene onredelijk lang wacht met de indiening. [1]
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 10 november 2022. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is overschreden. Eiseres heeft verweerder, na het verstrijken van de beslistermijn, op 31 januari 2023 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
4. Verweerder betoogt in zijn verweerschrift van 29 januari 2025 dat eiseres het beroep niet tijdig beslissen onredelijk laat heeft ingediend.
5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres onredelijk lang heeft gewacht met het instellen van het beroep niet tijdig beslissen. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van een beroep wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar, kan als uitgangspunt worden genomen dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend indien het meer dan een jaar na het moment waarop het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen is ingediend. [2] In dit geval is beroep ingesteld bijna twee jaar na datum ingebrekestelling. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk zal moeten verklaren. Dat eiseres ook na de ingebrekestelling bij verweerder is blijven informeren naar de stand van zaken brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De ingebrekestelling en de daaraan gekoppelde bestuurlijke dwangsom vormt een pressiemiddel om een bestuursorgaan er toe te bewegen om een besluit te nemen. Eiseres heeft deze - zonder succes - ingezet. De rechtbank merkt op dat verweerder verplicht blijft een besluit te nemen. [3]
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van C.J.A. Gloudemans, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Hoge Raad van 2 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:711.
3.Dit staat in artikel 6:20, eerste lid, van de Awb.