ECLI:NL:RBAMS:2025:6696
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende stelplicht en niet-toetsbare consumenteninformatie
In deze zaak stond een overeenkomst tussen een handelaar en een consument centraal, waarbij de eiser stelde dat aan de informatieplichten uit het consumentenrecht was voldaan. De overeenkomst was online gesloten in december 2022, maar de eiser overlegde schermafdrukken van het bestelproces uit 2023, waardoor niet kon worden vastgesteld of destijds aan de informatieplichten was voldaan.
Daarnaast werden algemene voorwaarden overgelegd die dateren van juli 2023, terwijl de overeenkomst een half jaar eerder tot stand was gekomen. Hierdoor konden de bedingen niet worden getoetst op oneerlijkheid volgens Richtlijn 93/13 EG. De kantonrechter oordeelde dat de eiser onvoldoende feiten had gesteld om het ambtshalve onderzoek goed uit te voeren en daarmee niet had voldaan aan haar stelplicht.
De vordering werd daarom afgewezen en de eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot. Dit vonnis werd gewezen door de kantonrechter op 5 september 2025.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende stelplicht en niet-toetsbare informatieplichten.