De rechtbank Amsterdam heeft op 2 september 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van afdreiging en diefstal met gebruik van een valse sleutel. De feiten speelden zich af tussen december 2024 en januari 2025, waarbij verdachte het slachtoffer onder dreiging dwong geld over te maken en zonder toestemming geld opnam met diens pinpas.
De rechtbank oordeelde dat verdachte misbruik maakte van de verstandelijke beperking en kwetsbaarheid van het slachtoffer, die uit schaamte en angst betalingen deed om openbaarmaking van een compromitterend filmpje te voorkomen. Daarnaast heeft verdachte zonder toestemming meerdere pintransacties verricht met de pinpas van het slachtoffer.
De rechtbank achtte het bewijs overtuigend en wees de verweren van verdachte af. Gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het advies van de reclassering, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 12 weken op, waarvan 10 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, een taakstraf van 120 uur, contact- en locatieverbod en een schadevergoeding van €9.248,56 aan het slachtoffer.
De immateriële schadevergoeding werd toegekend op basis van psychisch letsel vastgesteld door een begeleider van het slachtoffer. De rechtbank legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalde dat de verdachte geen contact mag hebben met het slachtoffer behalve via zijn raadsvrouw voor schadeafhandeling.
De verdachte kreeg strafvermindering wegens de tijd in voorlopige hechtenis en de rechtbank wees de vordering tot verdere immateriële schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing.