ECLI:NL:RBAMS:2025:6829
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op dwaling en onrechtmatig handelen in franchiseovereenkomst pizzarestaurant
Een horecaondernemer sloot in 2019 een franchiseovereenkomst met De Pizzabakkers voor een vestiging in Amsterdam. De behaalde omzet bleef achter bij de verstrekte prognoses. De ondernemer stelde dat hij had gedwaald bij het sluiten van de overeenkomst en dat De Pizzabakkers onrechtmatig had gehandeld. De rechtbank oordeelde dat uit het vestigingsplaatsonderzoek en de prognoses niet bleek dat de locatie inherent onrendabel was. De ondernemer had geen eigen onderzoek gedaan of concrete bewijsstukken aangeleverd die zijn stelling ondersteunden.
De rechtbank verwierp het beroep op dwaling en oordeelde dat De Pizzabakkers niet onrechtmatig had gehandeld. Ook was onvoldoende gebleken dat De Pizzabakkers tekort was geschoten in haar verplichtingen, aangezien de ondernemer geen concrete voorbeelden van onbeantwoorde hulpvragen had aangedragen. De vorderingen tot vernietiging van de franchise- en huurovereenkomst en tot schadevergoeding werden afgewezen.
In reconventie werd de ondernemer veroordeeld tot betaling van openstaande facturen en tot het doen van maandelijkse schriftelijke opgaven van zijn resterende schuld bij de ABN Amro Bank. De vordering tot betaling van de lening bij De Pizzabakkers werd afgewezen wegens onvoldoende belang en onduidelijkheid over de rente. De proceskosten werden grotendeels toegewezen aan de ondernemer, met compensatie in reconventie.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op dwaling en onrechtmatig handelen af en veroordeelt de ondernemer tot betaling van openstaande facturen en het doen van maandelijkse schuldoverzichten.