ECLI:NL:RBAMS:2025:6881
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Deels gegrond beklag tegen beslaglegging op CITES-plichtige valken met DNA-onderzoek
Op 11 oktober 2024 zijn onder de klager drie sakervalken en één slechtvalk in beslag genomen op Schiphol vanwege niet-gesloten pootringen, wat in strijd is met CITES-regelgeving. De vogels zouden geëxporteerd worden naar Dubai. De klager diende een beklag in tegen het beslag met het standpunt dat de vogels legaal waren verkregen.
Na DNA-onderzoek door het NFI, uitgevoerd op veren- en bloedmonsters, bleek dat de ouderparen van de sakervalken konden worden ingesloten als mogelijke ouders, waarmee de legale herkomst van deze vogels werd aangetoond. Voor de slechtvalk kon geen ouderpaar worden aangeleverd, waardoor de herkomst niet kon worden vastgesteld.
De officier van justitie verzette zich niet langer tegen teruggave van de sakervalken, maar wel tegen die van de slechtvalk. De rechtbank oordeelde dat het strafvorderlijk belang teruggave van de sakervalken niet in de weg stond en verklaarde het beklag deels gegrond. De slechtvalk blijft in beslag omdat de legale herkomst niet is aangetoond.
De klager en zijn raadsman stemden in met deze afdoening. De rechtbank gelastte de teruggave van de levende sakervalken met ringnummers eindigend op 0121 en 0114 en de dode sakervalk met ringnummer eindigend op 0250, terwijl het beklag ten aanzien van de slechtvalk ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De rechtbank gelast teruggave van drie sakervalken en verklaart het beklag ten aanzien van de slechtvalk ongegrond.