Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Regional Court of the Republic of Lithuania,(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 september 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Litouwse autoriteiten voor de overlevering van een persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Tijdens de procedure werd de opgeëiste persoon bijgestaan door een advocaat en tolk.
De rechtbank had eerder op 29 juli 2025 een tussenuitspraak gedaan waarin de grondslag en strafbaarheid van het EAB waren beoordeeld. In deze uitspraak werd de beslissing over de overlevering aangehouden op grond van artikel 11 OLW Pro vanwege zorgen over de detentieomstandigheden.
Aanvullende informatie van Litouwse autoriteiten over detentieomstandigheden en veiligheidsmaatregelen in Litouwse gevangenissen bood geen concrete garanties dat de opgeëiste persoon beschermd zou zijn tegen vernederende behandeling en negatieve invloeden van de informele hiërarchie binnen de detentie. Tevens bleef onduidelijk in welke gevangenis hij zou worden geplaatst.
Gezien het ontbreken van voldoende waarborgen achtte de rechtbank het risico op schending van grondrechten te groot en gaf daarom geen gevolg aan het EAB. De officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling neming van het EAB, waarmee de overleveringsprocedure werd beëindigd.
Uitkomst: De rechtbank geeft geen gevolg aan het Europees aanhoudingsbevel en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk wegens onvoldoende garanties omtrent detentieomstandigheden in Litouwen.