ECLI:NL:RBAMS:2025:7103
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende aannemelijkheid geweldsmisdrijf
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven op grond van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg). De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar dochter slachtoffer was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar.
Eiseres voerde aan dat het besluit in strijd was met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met haar uitgebreide verklaringen en de belangen van haar dochter, waardoor het evenredigheidsbeginsel werd geschonden. Verweerder stelde dat zonder aangifte of strafrechtelijk onderzoek hogere eisen aan de onderbouwing van het geweldsmisdrijf worden gesteld en dat medische informatie slechts beperkt ondersteunend is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich voldoende had gemotiveerd en dat eiseres onvoldoende objectieve aanwijzingen had overgelegd ter onderbouwing van het gestelde geweldsmisdrijf. De medische informatie was summier en gaf geen duidelijkheid over de aard en omstandigheden van het misdrijf. De eigen verklaringen van eiseres en haar dochter waren niet voldoende zonder objectieve ondersteuning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt bevestigd.