ECLI:NL:RVS:2019:2322
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs opzettelijk geweldsmisdrijf
Appellant verzocht om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven nadat hij op 11 november 2015 ernstig letsel opliep door een explosie bij zijn auto in Breda. Hij stelde slachtoffer te zijn van een bomaanslag. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af wegens gebrek aan objectieve informatie die het opzettelijk karakter van het geweldsmisdrijf aannemelijk maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de bewijslast niet was voldaan en het strafrechtelijk onderzoek was geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. In hoger beroep handhaafde de Afdeling bestuursrechtspraak dit oordeel. Hoewel appellant getuigenverklaringen aanvoerde, waren deze niet eenduidig en boden zij onvoldoende steun voor zijn stelling.
Het Openbaar Ministerie verstrekte een schriftelijke bevestiging van feiten uit het onderzoek, waaronder de plaats van de explosie, het gebruik van springstof PETN en het ontbreken van aanwijzingen dat derden aanwezig waren. De Afdeling overwoog dat de maatschappelijke solidariteit met slachtoffers een duidelijke toedracht vereist, die appellant niet aannemelijk had gemaakt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de uitkering wegens onvoldoende bewijs van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.