ECLI:NL:RBAMS:2025:7194

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 september 2025
Publicatiedatum
29 september 2025
Zaaknummer
AWB 25/2251
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 234 GemeentewetArt. 3 Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks beroep op onmiddellijk laden en lossen

Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zij op een fiscale parkeerplaats stond zonder te betalen. Zij voerde aan slechts kort stil te hebben gestaan vanwege het opruimen van spuug van haar baby en het ophalen van goederen door haar verloofde, en dat er een coulanceperiode geldt.

De rechtbank oordeelde dat het stilstaan op een fiscale parkeerplaats altijd parkeerbelastingplichtig is, tenzij sprake is van onmiddellijk in- of uitstappen of onmiddellijk laden en lossen van goederen die alleen per auto kunnen worden vervoerd. Eiseres kon niet aantonen dat dit laatste het geval was.

Ook de aangevoerde coulancetijd is niet van toepassing omdat eiseres geen parkeerbelasting heeft betaald. De naheffingsaanslag is volgens de rechtbank correct berekend en niet disproportioneel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/2251

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. Op 5 maart 2025 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, omdat zij op 28 februari 2025 ter hoogte van het [adres] in Amsterdam heeft geparkeerd zonder daarvoor parkeerbelasting te betalen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft eiseres in bezwaar geen gelijk gegeven. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld.
2. De rechtbank heeft het beroep op 29 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiseres is zonder bericht niet verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van
[heffingsambtenaar] , vergezeld door [naam] .

Het standpunt van eiseres

3. Eiseres vindt de naheffingsaanslag onredelijk. Zij heeft namelijk maar één minuut stilgestaan, omdat zij de spuug van haar baby moest opruimen en haar verloofde vijf meter verderop iets moest ophalen. Dit ophalen duurde minder lang dan de tijd waarin zij naar een parkeerautomaat konden lopen. Daarnaast heeft een medewerker van de gemeente Amsterdam gezegd dat er doorgaans een coulanceperiode van ongeveer drie tot vier minuten wordt gehanteerd bij parkeerovertredingen en dat het bezwaar tegen de naheffingsaanslag waarschijnlijk gegrond zou worden verklaard. Eiseres heeft hierop vertrouwd. Tot slot staat de minimale overschrijding van de toegestane parkeertijd niet in verhouding tot de hoogte van de naheffingsaanslag.

De beoordeling van de rechtbank

4. Vaststaat dat het voertuig van eiseres stilstond op een fiscale parkeerplaats. Als gevolg was eiseres in beginsel parkeerbelasting verschuldigd. Hoe lang iemand op een fiscale parkeerplaats heeft stilgestaan, speelt daarbij geen rol. Ook als een auto maar voor een (hele) korte tijd op een fiscale parkeerplaats stilstaat, is parkeerbelasting verschuldigd. [1]
5. Op de regel dat voor het stilstaan op een fiscale parkeerplaats in beginsel parkeerbelasting verschuldigd is, zijn twee uitzonderingen: het onmiddellijk in- of uitstappen van personen en het onmiddellijk laden en lossen van goederen. Eiseres heeft niet aangevoerd dat er mensen onmiddellijk in- of uitstapten. Ook de foto’s in het dossier geven daar geen enkele aanwijzing voor. Van deze uitzondering is dan ook geen sprake. De rechtbank begrijpt het standpunt van eiseres, dat haar verloofde iets moest ophalen, aldus dat er sprake was van onmiddellijk laden van goederen.
6. Dit betoog slaagt niet. Een beroep op onmiddellijk laden en lossen kan namelijk alleen slagen als de goederen die geladen of gelost worden, goederen zijn die vanwege hun gewicht of omvang alleen per auto geladen of gelost kunnen worden. Eiseres heeft echter op geen enkele wijze toegelicht, laat staan aannemelijk gemaakt, welke goederen haar verloofde moest ophalen. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat deze goederen alleen per auto konden worden opgehaald.
7. Dit betekent dat ook geen sprake is van de uitzondering ‘onmiddellijk laden en lossen van goederen’ en dat eiseres dus parkeerbelasting moest betalen.
8. De rechtbank gaat niet in op het betoog van eiseres dat haar kind in de auto had gespuugd alleen al omdat eiseres dat betoog in het geheel niet heeft onderbouwd en bovendien evenmin heeft aangegeven welk gevolg aan die omstandigheid moet worden verbonden voor de juistheid van de onderhavige naheffingsaanslag.
9. De gestelde toezegging van een medewerker van de gemeente Amsterdam, wat daar ook van zij, leidt niet tot een ander oordeel. De coulancetijd dient namelijk om een parkeerder de tijd te geven om de verschuldigde parkeerbelasting te betalen. Ook in haar inleidende beroepschrift heeft eiseres toegelicht dat de medewerker heeft gezegd dat er rekening gehouden wordt met drie tot vier minuten tijd tussen het parkeren van een auto en het betalen bij een parkeerautomaat. Eiseres heeft echter geen parkeerbelasting betaald, waardoor zij geen beroep kan doen op deze coulancetijd.
10. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de heffingsambtenaar terecht aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd. De rechtbank zal hieronder nog ingaan op de hoogte daarvan.
11. De rechtbank stelt hierbij voorop dat het opleggen van een naheffingsaanslag geen straf of boete is, maar dient om de niet betaalde parkeerbelasting in te vorderen. In de Gemeentewet staat dat bij het opleggen van een naheffingsaanslag het parkeertarief van minimaal één uur in rekening wordt gebracht. [2] In deze zaak is de heffingsambtenaar uitgegaan van het tarief van één uur. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar de kosten van de naheffingsaanslag in rekening gebracht. In de wet is hiervoor een maximum opgenomen. Vanaf 1 januari 2025 is dit maximum vastgesteld op € 78,50. [3] Die kosten zijn weliswaar hoog in verhouding tot de niet betaalde belasting, maar het gaat er om dat de kosten van het innen van de niet betaalde belasting hieruit betaald moeten worden. Die kosten verschillen niet naar gelang de hoogte van de niet betaalde parkeerbelasting. Het bedrag dat de heffingsambtenaar aan eiseres heeft opgelegd is gelijk aan het maximale bedrag. De hoogte van de naheffingsaanslag is dus overeenkomstig de wet berekend en is bovendien naar het oordeel van de rechtbank niet onredelijk of disproportioneel.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, in aanwezigheid van mr. T.W. Steenhoff, griffier, en uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 18 september 2025.
De rechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1517 en de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2380.
2.Zie artikel 234, derde lid, van de Gemeentewet.
3.Zie artikel 234, vijfde en zesde lid, van de Gemeentewet in samenhang met artikel 3, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.