Volkswagen Pon Financial Services B.V. vordert betaling van een openstaande hoofdsom uit hoofde van een financial leaseovereenkomst voor een Audi Q2 uit 2016. De gedaagde erkent de vordering en verklaart de overeenkomst zowel privé als bedrijfsmatig te hebben gesloten. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat de overeenkomst hoofdzakelijk voor bedrijfsmatige doeleinden is aangegaan.
Het begrip consument wordt objectief beoordeeld, waarbij het doel van de overeenkomst en de aard van het leaseobject centraal staan. Omdat het gaat om een personenauto die ook privé gebruikt kan worden en de gedaagde zelf aangeeft zowel privé als zakelijk te hebben gehandeld, is het bedrijfsmatige gebruik niet aangetoond.
Daarom wordt een mondelinge behandeling gelast waarin onder meer de totstandkoming van de overeenkomst, de verstrekte informatie en het beoogde gebruiksdoel besproken zullen worden. Indien de gedaagde als consument wordt aangemerkt, zal de consumentenbescherming van toepassing zijn en moet Volkswagen zich uitlaten over de informatieplicht en de eerlijkheid van de bedingen.
De kantonrechter wijst erop dat niet verschijnen op de mondelinge behandeling nadelige gevolgen kan hebben en stelt een termijn voor het indienen van stukken. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na de mondelinge behandeling.