De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden wegens medeplegen van het opzettelijk niet betalen van loonbelasting door [naam bedrijf] B.V. over de tijdvakken februari 2018 tot en met oktober 2019.
Het onderzoek toonde aan dat [naam bedrijf] gedurende deze periode €462.581,- aan loonbelasting niet heeft afgedragen, ondanks voldoende financiële middelen. Verdachte had een rol binnen het bedrijf, ontving loon en was bestuurder. Hoewel verdachte niet als feitelijk leidinggever is aangemerkt, heeft hij in nauwe samenwerking met anderen bewust de loonheffing niet voldaan.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit van feitelijk leidinggeven en van deelneming aan een criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs. De straf is lager vastgesteld dan het oriëntatiepunt vanwege de ouderdom van het feit en de minder grote rol van verdachte ten opzichte van medeverdachte.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het feit, de persoon van verdachte en het benadelingsbedrag. De gevangenisstraf wordt volledig in detentie uitgevoerd tot aan eventuele voorwaardelijke invrijheidstelling.