ECLI:NL:RBAMS:2025:7323

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
10725938 \ CV EXPL 23-13034
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13/EGECLI:NL:HR:2021:1677ECLI:EU:C:2023:311ECLI:EU:C:2021:68ECLI:EU:C:2022:971
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis met nadere toelichting over toepasselijkheid en eerlijkheid van algemene voorwaarden in verzekeringsovereenkomst

In deze civiele procedure vordert DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. betaling op grond van een verzekeringsovereenkomst gesloten met een consument. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst een financieel product betreft en dat ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht vereist is.

De eisende partij heeft echter geen algemene voorwaarden overgelegd die op de overeenkomst van toepassing zijn, terwijl het polisblad voorwaarden uit 2018 en 2020 noemt, terwijl de overeenkomst uit 2008 dateert. De kantonrechter verlangt nadere toelichting en overlegging van de toepasselijke algemene voorwaarden, alsmede een standpunt over de wijze van verstrekking aan de consument.

Daarnaast moet worden getoetst of de bedingen niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EG. De kantonrechter wijst op jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie die ambtshalve toetsing voorschrijft, ook als eisende partij zich niet op bedingen beroept. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en uitlatingen van eisende partij, die deze aan gedaagde partij moet toesturen. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en uitlatingen over de toepasselijkheid en eerlijkheid van de algemene voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10725938 \ CV EXPL 23-13034
Vonnis van 3 oktober 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DAS NEDERLANDSE RECHTSBIJSTAND VERZEKERINGMAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Amsterdam Zuidoost,
eisende partij,
gemachtigde: Van Es Gerechtsdeurwaarders & Inc.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 september 2023, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Aan de vordering is een verzekeringsovereenkomst ten grondslag gelegd, gesloten tussen een handelaar en een consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. De overeenkomst betreft een financieel product.
2.2.
Het door eisende partij gestelde over de informatieplichten is voor deze vordering niet van belang, omdat de verzekeringsovereenkomst tussen partijen is gesloten vóór de inwerkingtreding van de wetgeving over informatieplichten, daargelaten dat vooralsnog bij financiële producten niet duidelijk is of de informatieplichten ambtshalve moeten worden getoetst, en zo ja, in hoeverre en welke. Evenmin is duidelijk, mocht worden vastgesteld dat niet (volledig) aan de te toetsen informatieplichten is voldaan, of hiervoor een sanctie moet worden opgelegd en zo ja welke, zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij andere overeenkomsten die niet financiële producten betreffen (ECLI:NL:HR:2021:1677). Daarom zijn hierover prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad (ECLI:NL:RBAMS:2024:6633). Tot aan het moment waarop de Hoge Raad deze vragen heeft beantwoord, wordt geen aanleiding gezien om op de uitkomst vooruit te lopen.
2.3.
Op de overeenkomst zijn blijkens het polisblad algemene en bijzondere polisvoorwaarden van toepassing. Eisende partij heeft echter in het geheel geen algemene voorwaarden in het geding gebracht. Bovendien maakt het polisblad melding van algemene voorwaarden uit 2018 en 2020, terwijl de overeenkomst tussen partijen is gesloten in 2008. Indien eisende partij zich op het standpunt stelt dat de sets voorwaarden genoemd op de polis van toepassing zijn, zal zij nader moeten toelichten hoe deze voorwaarden van toepassing zijn geraakt. Eisende partij dient in ieder geval de op de overeenkomst van toepassing verklaarde algemene voorwaarden te overleggen, zodat de bedingen kunnen worden getoetst.
2.4.
Niet kan worden nagegaan op welke wijze de algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard en hoe deze aan gedaagde partij zijn verstrekt.
2.5.
Ingevolge het Ocidental-arrest (ECLI:EU:C:2023:311) moet onder meer worden beoordeeld of gedaagde partij vóór het sluiten van de verzekering daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen van alle bedingen van de overeenkomst.
2.6.
Verder moet getoetst worden of de bedingen waarop de gebruiker zich beroept of zich in het kader van de vordering zou kunnen beroepen, niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Op grond van het Dexia-arrest van 27 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (ECLI:EU:C:2022:971) moet de kantonrechter, ook als eisende partij zich niet beroept op toepasselijke bedingen, maar op de wet, ambtshalve onderzoeken of de bedingen waarop zij zich had kunnen beroepen niet oneerlijk zijn in de zin van de richtlijn. Als een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, kan eisende partij ingevolge deze arresten geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest en moet haar vordering op dat punt worden afgewezen.
2.7.
Gelet op het voorgaande, zal eisende partij (in het vervolg direct in de dagvaarding) met stukken moeten toelichten:
- op welke wijze de algemene voorwaarden aan gedaagde partij zijn verstrekt,
- welke algemene voorwaarden van toepassing zijn en deze in het geding te brengen,
- of de vordering is gegrond of had kunnen worden gegrond op een beding in de toepasselijke algemene voorwaarden en een standpunt in te nemen over de (on)eerlijkheid daarvan.
2.8.
Eisende partij moet in alle zaken waarin de gedaagde een consument is, in de dagvaarding de toelichting geven zoals hiervoor overwogen en ingaan op de (on)eerlijkheid van de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn dan wel kunnen worden gelegd. Als die toelichting niet of onvoldoende is gegeven, kan dat in het vervolg leiden tot afwijzing van de vordering wegens het niet voldoen aan de stelplicht.
2.9.
De zaak wordt voor akte uitlating en overlegging stukken door eisende partij verwezen naar de rol.
2.10.
Eisende partij dient een afschrift van dit vonnis en van de door haar te nemen akte aan gedaagde partij toe te sturen en gedaagde partij in de gelegenheid te stellen hierop uiterlijk op de na te melden rolzitting te reageren. Eisende partij moet in de akte vermelden dat zij dit heeft gedaan. Als niet kan worden vastgesteld dat de akte aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
2.11.
Iedere verdere beslissing wordt in afwachting van de door eisende partij te nemen akte aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
vrijdag 31 oktober 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating en overlegging stukken zoals hiervoor uiteengezet,
3.2.
bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen op de wijze als beschreven in overweging 2.10,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025.
991