Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
RJB Netherlands B.V.
IDBB Vastgoed B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;
- het instructievonnis;
- de dagbepaling mondelinge behandeling;
29 september 2025 heeft de gemachtigde van RJB vonnis gevraagd. Vervolgens is vonnis bepaald op heden. Ook in de zaak KK 25-393 wordt heden vonnis gewezen.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten in conventie en in reconventie
“1. Het gehuurde, bestemming
“Gebruik
Aansprakelijkheid
Betalingen
Boetebepaling
ruim € 1.200.000,- in het gehuurde geïnvesteerd, waarvan ruim € 900.000 voor het gebruiksklaar maken van het gehuurde. Het overige is geïnvesteerd in machines, kantoorinventaris en bedrijfsinventaris.
Vordering en verweer in conventie
Vordering en verweer in reconventie
De beoordeling in conventie en in reconventie
€ 128.802,42 inclusief btw berekend tot en met september 2025. IDBB heeft deze huurachterstand niet betwist, maar heeft als verweer aangevoerd dat zij de betaling van de huur heeft opgeschort, althans dat zij minder hoeft te betalen vanwege het gerezen geschil tussen partijen. Dat verweer faalt. Zoals hiervoor is overwogen, had IDBB geen grond om de huurbetaling op te schorten en is er ook geen grond voor vermindering van de huurprijs. IDBB was en is de maandelijkse huur onverkort verschuldigd. De huurachterstand tot en met september 2025 is dan ook toewijsbaar zoals gevorderd. De gevorderde contractuele boete in verband met deze betalingsachterstand op grond van artikel 23.2 van de Algemene Bepalingen is als onweersproken eveneens toewijsbaar.