Uitspraak
1.tot 26 april 2025: [gedaagde 1] , hierna: [gedaagde 1] ,
hierna: [gedaagde 2] ,
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Stadgenoot en huurders die sinds 2010 een woning huren. Verhuurder vordert betaling van een aanzienlijke huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst. De huurders zijn onder bewind gesteld, en de bewindvoerder is niet verschenen bij de mondelinge behandeling.
De kantonrechter toetst ambtshalve het huurprijswijzigingsbeding aan de Europese Richtlijn oneerlijke bedingen. Het beding bepaalt een jaarlijkse huurverhoging tussen 2,3% en 5,4%, zonder een indexeringsbeding. Gelet op jurisprudentie en inflatiecijfers wordt het beding als oneerlijk beoordeeld omdat het de consument aanzienlijk benadeelt.
Daarnaast wordt het beding over buitengerechtelijke incassokosten vernietigd omdat het afwijkt van de wettelijke regeling en de consument mogelijk te hoge kosten oplegt. De kantonrechter wijst de verhuurder toe de huurachterstand te herberekenen op basis van de oorspronkelijke huurprijs met alleen toegestane indexaties. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en reactie van de bewindvoerder.
Uitkomst: Het huurprijswijzigingsbeding en het beding over buitengerechtelijke incassokosten worden vernietigd wegens oneerlijkheid; de huurachterstand moet worden herberekend op basis van de oorspronkelijke huurprijs zonder verhogingen.