Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Landgericht Osnabrück, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 oktober 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit Landgericht Osnabrück. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een persoon van Turkse nationaliteit die in Nederland stond ingeschreven.
De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en bevestigde de juiste persoonsgegevens. Tijdens de zitting was de opgeëiste persoon niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door een gemachtigd raadsman. Uit een e-mail van 4 oktober 2025 van de uitvaardigende autoriteit bleek dat de opgeëiste persoon op 29 augustus 2025 in België was aangehouden, waardoor hij zich niet meer op Nederlands grondgebied bevond.
Hierdoor kwam de grondslag voor de vordering van de officier van justitie te vervallen, waardoor de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Tevens stelde de rechtbank vast dat de geschorste overleveringsdetentie was geëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel omdat de opgeëiste persoon zich niet meer in Nederland bevindt.