ECLI:NL:RBAMS:2025:7658

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
16 oktober 2025
Zaaknummer
13/222890-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel wegens vertrek opgeëiste persoon uit Nederland

De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 oktober 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit Landgericht Osnabrück. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een persoon van Turkse nationaliteit die in Nederland stond ingeschreven.

De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en bevestigde de juiste persoonsgegevens. Tijdens de zitting was de opgeëiste persoon niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door een gemachtigd raadsman. Uit een e-mail van 4 oktober 2025 van de uitvaardigende autoriteit bleek dat de opgeëiste persoon op 29 augustus 2025 in België was aangehouden, waardoor hij zich niet meer op Nederlands grondgebied bevond.

Hierdoor kwam de grondslag voor de vordering van de officier van justitie te vervallen, waardoor de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Tevens stelde de rechtbank vast dat de geschorste overleveringsdetentie was geëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel omdat de opgeëiste persoon zich niet meer in Nederland bevindt.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-222890-25
Datum uitspraak: 9 oktober 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 2 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 augustus 2025 door
Landgericht Osnabrück, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] (Turkije),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Schiphol.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Turkse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Uit het e-mailbericht van 4 oktober 2025 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de opgeëiste persoons (wiens overleveringsdetentie was geschorst) op 29 augustus 2025 is aangehouden in België en zich dus niet meer op het grondgebied van Nederland bevindt. Daarmee is de grondslag aan de vordering van de officier van justitie komen te ontvallen.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
STELT VASTdat de – geschorste – overleveringsdetentie is geëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en O.P.M. Fruytier, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.