In deze zaak heeft [verzoeker] op 17 april 2025 een verzoekschrift ingediend bij de Rechtbank Amsterdam, waarin hij verzoekt om vernietiging van besluiten genomen tijdens de vergadering van de Vereniging van Eigenaren (VvE) op 19 maart 2025. De besluiten betreffen de benoeming van een nieuw bestuur en kascommissie. [verzoeker] stelt dat deze besluiten nietig zijn wegens strijd met de splitsingsakte en de regels voor besluitvorming. Tijdens de mondelinge behandeling op 11 september 2025 zijn zowel [verzoeker] als de VvE vertegenwoordigd door hun gemachtigden. De VvE heeft een verweerschrift ingediend en betwist de claims van [verzoeker]. De kantonrechter heeft de feiten en argumenten van beide partijen gehoord en beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat de VvE bevoegd was om de vergadering bijeen te roepen en dat de besluiten niet in strijd zijn met de wet of de statuten. De verzoeken van [verzoeker] om nietigverklaring van de besluiten worden afgewezen. Ook het verzoek om vervangende machtiging voor het aanstellen van een extern bestuur en het plaatsen van een hekwerk wordt afgewezen, omdat [verzoeker] niet voldoende onderbouwd heeft dat de VvE zonder redelijke grond toestemming heeft geweigerd. De rechtbank concludeert dat de VvE in redelijkheid heeft gehandeld en dat de verzoeken van [verzoeker] ongegrond zijn. [verzoeker] wordt veroordeeld in de proceskosten van de VvE, die op € 609,50 worden begroot.