Uitspraak
gevestigd te Den Haag,
2.Uitgangspunten en feiten
Artikel 2
Artikel 36
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 juli 2020.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de uitleg van het splitsingsreglement van een Vereniging van Eigenaars (VvE) en de vraag of het ontbreken van een vereiste gekwalificeerde meerderheid leidt tot nietigheid of vernietigbaarheid van een besluit. Verzoeker, eigenaar van een appartement, stelde dat een besluit van de VvE tot het aanbrengen van een rookgasafvoer zonder de vereiste gekwalificeerde meerderheid ongeldig was.
De kantonrechter verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk, maar het hof vernietigde dit oordeel en wees het verzoek af. Het hof oordeelde dat het ontbreken van de gekwalificeerde meerderheid leidt tot nietigheid van het besluit (art. 2:14 BW Pro) en dat dit niet onder de schendingen valt die leiden tot vernietigbaarheid (art. 2:15 BW Pro). Daarnaast was de kantonrechter bevoegd om in één verzoekschriftprocedure zowel nietigheid als vernietigbaarheid te beoordelen.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat het vereiste van een gekwalificeerde meerderheid in art. 37 lid 8 van Pro het splitsingsreglement alleen geldt voor ingrijpende verbouwingen of installaties met een gemeenschappelijk karakter. Het aanbrengen van een rookgasafvoer in een bestaande ventilatieschacht is geen ingrijpende verbouwing en vereist slechts een gewone meerderheid. Ook bevestigde de Hoge Raad dat het beroep op nietigheid en vernietigbaarheid samen in één procedure kunnen worden behandeld. Het cassatieberoep werd verworpen en verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het besluit van de VvE blijft geldig.