ECLI:NL:RBAMS:2025:7707

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
19 oktober 2025
Zaaknummer
11851208 TB EXPL 25-67
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis inzake zorgverzekeringsovereenkomst en proceskostenveroordeling

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 14 oktober 2025 een vonnis gewezen in een geschil tussen de naamloze vennootschap ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij vorderde betaling van een bedrag van € 728,45, dat later is verminderd met € 819,06. De gedaagde partij heeft geen verweer gevoerd en is in verstek gegaan. De kantonrechter heeft de vordering beoordeeld aan de hand van de Zorgverzekeringswet en de toepasselijke consumentenrechtelijke bepalingen. De eisende partij stelde dat er zorgverzekeringsovereenkomsten waren gesloten en dat de gedaagde partij niet had voldaan aan zijn betalingsverplichtingen. De rechter heeft vastgesteld dat de eisende partij voldoende informatie heeft verstrekt aan de gedaagde partij over de polis en de voorwaarden, en dat de gedaagde partij de mogelijkheid had om de verzekering kosteloos te ontbinden. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de vordering gegrond is en heeft de gedaagde partij veroordeeld tot betaling van € 9,34 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De kosten van het geding zijn begroot op € 146,14 aan explootkosten, € 135,00 aan salaris gemachtigde en € 340,00 aan griffierecht. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11851208 TB EXPL 25-67
vonnis van: 14 oktober 2025
fno.: 364
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
de naamloze vennootschap
ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Bij exploot van dagvaarding van 1 augustus 2025 heeft eisende partij gevorderd dat gedaagde partij zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 728,45 met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven. Bij akte van
2 september 2025 heeft eisende partij de vordering verminderd met € 819,06.
1.2.
De gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord.
1.3.
Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
1.4.
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij stelt dat gedaagde partij met haar een of meerdere zorgverzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet heeft gesloten. Deze overeenkomsten zijn op afstand tot stand gekomen. Eisende partij heeft het polisblad met bijlage bij de dagvaarding gevoegd. Op de zorgverzekeringsovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Eisende partij heeft de algemene voorwaarden en aanvullende voorwaarden die op de verzekeringsovereenkomsten van toepassing zijn gedeponeerd bij de rechtbank. Zij stelt dat de vordering niet is gegrond of had kunnen worden gegrond op een beding in de (aanvullende) verzekeringsvoorwaarden.
2.2.
De vordering bestaat uit onbetaald gelaten basispremie 2024, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
2.3.
Nu de overeenkomst tot stand is gekomen tussen een handelaar en een consument moet ambtshalve worden getoetst aan het toepasselijke consumentenrecht.
2.4.
Ingevolge artikel 6:230h lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet bij overeenkomsten betreffende financiële producten en financiële diensten getoetst worden aan de essentiële informatieplichten van paragraaf 1 en 6 van Afdeling 2b van Titel 5 van Boek 6 BW. Eisende partij stelt dat zij in november 2023 in een persoonlijk gericht bericht gedaagde partij heeft medegedeeld dat het polisblad binnen enkele dagen beschikbaar is in de persoonlijke “Mijn” omgeving, waar gedaagde de polis en de voorwaarden kon downloaden en opslaan. Uit de overgelegde bijlage bij het polisblad blijkt dat eisende partij gedaagde partij heeft geïnformeerd over zijn recht om niet akkoord te gaan met prolongatie van zijn verzekering per 1 januari 2024 en deze op te zeggen. Ingevolge artikel 6:230x BW had eisende partij gedaagde partij echter ook de mogelijkheid moeten bieden om de verzekeringsovereenkomst tot twee weken na de ingangsdatum alsnog kosteloos te ontbinden. Nu echter in artikel 7 van de Zorgverzekeringswet is bepaald dat de verzekeringnemer “de zorgverzekering uiterlijk 31 december van ieder jaar met ingang van 1 januari van het volgende kalenderjaar kan opzeggen” en eisende partij de polis met de voorwaarden ruim vóór 1 januari 2024 beschikbaar heeft gesteld in de “Mijn” omgeving, wordt geoordeeld dat voldoende is voldaan aan de op eisende partij rustende informatieverplichtingen. Ook wordt vooralsnog geoordeeld dat de polis in de “Mijn” omgeving op een duurzame drager is verstrekt. Uit de bijlage bij het polisblad volgt verder dat de polisvoorwaarden raadpleegbaar zijn met de daarin genoemde link “ [internetsite] ”. Eisende partij stelt dat haar polisvoorwaarden lange tijd beschikbaar zijn en zij haar polisvoorwaarden niet zomaar kan wijzigen. Hoewel niet is komen vast te staan dat de link [internetsite] rechtstreeks verwijst naar de aan gedaagde partij persoonlijk gerichte informatie, is gelet op de door eisende partij gestelde omstandigheden voorlopig voldoende aannemelijk dat gedaagde partij de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden zonder zoektocht naar de juiste voorwaarden kan opslaan, zonder dat eisende partij de inhoud daarna kan wijzigen. De door eisende partij gestelde omstandigheid dat zij na goedkeuring van de polisvoorwaarden door de NZa deze voorwaarden niet meer kan wijzigen, biedt naar het oordeel van de kantonrechter vooralsnog voldoende waarborg dat aan de vereisten van het Bawag arrest, HvJ EU ECLI:EU:C:2017:38 en het Content Services arrest HvJ EU ECLI:EU:C:2017:38 is voldaan.
2.5.
Tot slot dienen de bedingen waarop een beroep wordt of kan worden gedaan getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG). De gevorderde achterstallige basispremie is het eigenlijk voorwerp van de overeenkomst en staat duidelijk en begrijpelijk vermeld op het polisblad. In dat geval is verdere toetsing aan deze richtlijn niet aan de orde.
2.6.
De gevorderde incassokosten en rente zijn gegrond op de wet. In de op de verzekering van toepassing zijnde algemene voorwaarden is geen beding met betrekking tot incassokosten en/of rente (meer) opgenomen. De gevorderde buitengerechtelijke kosten voldoen aan artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
2.7.
De vorderingen komen verder niet onrechtmatig of ongegrond voor en zijn dus toewijsbaar, waarop het op 17 augustus 2025 betaalde bedrag van € 819,06 in mindering komt. Er resteert dan een hoofdsom van € 9,34.
2.8.
Gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, gevallen aan de zijde van eisende partij.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij te voldoen € 9,34 aan de hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de voldoening;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 146,14 aan explootkosten, € 135,00 aan salaris gemachtigde en € 340,00 aan griffierecht, één en ander, voor zover van toepassing, inclusief btw;
3.3.
veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 67,50 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;
3.4.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.