Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:7793

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
1322038925
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 3 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 10 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel en verkeersovertreding

De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 oktober 2025 het verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Kielce, Polen. Het EAB betrof twee vonnissen met gevangenisstraffen van respectievelijk 1 jaar en 1 jaar en 6 maanden, waarvan nog een deel van de straffen resteert. De verdachte was aanwezig bij de zitting en werd bijgestaan door een advocaat en een Poolse tolk.

De feiten betreffen meermalen opzettelijk handelen in strijd met bepalingen van de Opiumwet en een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank stelde vast dat aan de vereisten van de Overleveringswet (OLW) is voldaan, inclusief de toetsing van dubbele strafbaarheid. Hoewel de rechtbank erkent dat er structurele en fundamentele gebreken zijn in de Poolse rechtsorde die het recht op een eerlijk proces kunnen bedreigen, heeft de verdachte geen concrete aanwijzingen geleverd dat deze gebreken zijn zaak individueel hebben beïnvloed.

De rechtbank concludeert dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden zijn voor overlevering. De overlevering wordt daarom toegestaan. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de opgelegde gevangenisstraffen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-220389-25
Datum uitspraak: 14 oktober 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 4 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 april 2025 door
the Regional Court in Kielce, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [penitentiaire inrichting] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt twee vonnissen van
the Local Court in Włoszczowa.Een vonnis van
8 november 2023 met kenmerk II K 233/23 en een vonnis van 15 maart 2024 met kenmerk
II K 35/24.
Voor beide vonnissen vermeldt het EAB dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar (vonnis met kenmerk II K 233/23) en een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 6 maanden (vonnis met kenmerk II K 35/24), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van de straf opgelegd in het vonnis met kenmerk II K 233/23 resteert volgens het EAB nog de gehele straf. Voor het vonnis met kenmerk II K 35/24 resteert volgens het EAB nog 1 jaar, 3 maanden en 8 dagen. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.
Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5.Artikel 11 OLW Pro: Poolse rechtsstaat

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [4]
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaken, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [5]

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 3, 10, 11 Opiumwet, 8 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Kielce(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. L.F. Bögemann en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4.
5.Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (