De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 oktober 2025 het verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Kielce, Polen. Het EAB betrof twee vonnissen met gevangenisstraffen van respectievelijk 1 jaar en 1 jaar en 6 maanden, waarvan nog een deel van de straffen resteert. De verdachte was aanwezig bij de zitting en werd bijgestaan door een advocaat en een Poolse tolk.
De feiten betreffen meermalen opzettelijk handelen in strijd met bepalingen van de Opiumwet en een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank stelde vast dat aan de vereisten van de Overleveringswet (OLW) is voldaan, inclusief de toetsing van dubbele strafbaarheid. Hoewel de rechtbank erkent dat er structurele en fundamentele gebreken zijn in de Poolse rechtsorde die het recht op een eerlijk proces kunnen bedreigen, heeft de verdachte geen concrete aanwijzingen geleverd dat deze gebreken zijn zaak individueel hebben beïnvloed.
De rechtbank concludeert dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden zijn voor overlevering. De overlevering wordt daarom toegestaan. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier.