ECLI:NL:RBAMS:2025:7917

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
C/13/769994 / HA ZA 25-1106
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot vernietiging van het opzeggingsbesluit van een lidmaatschap van een vereniging

Op 15 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen een eiseres en de vereniging waarvan zij lid is. De eiseres had haar lidmaatschap opgezegd gekregen door de vereniging, omdat zij niet had voldaan aan haar verplichtingen, waaronder het missen van werkplanbeurten en het niet betalen van boetes. De eiseres vorderde vernietiging van het opzeggingsbesluit, stellende dat dit in strijd was met de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank oordeelde dat de vereniging voldoende bewijs had geleverd van de gemiste verplichtingen en dat de opzegging niet onrechtmatig was. De eiseres had onvoldoende onderbouwd dat zij aan haar verplichtingen had voldaan. De rechtbank wees de vorderingen van de eiseres af en veroordeelde haar in de proceskosten, die zijn begroot op € 4.745,00. De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van statutaire verplichtingen binnen verenigingen en de mogelijkheden voor verenigingen om lidmaatschappen op te zeggen bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/769994 / HA ZA 25-1106
Proces-verbaal van de mondelinge behandeling en de mondelinge uitspraak van 15 oktober 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. M.M. Dezfouli,
tegen
de vereniging [naam vereniging],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. M.J. Drijftholt.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. H.J. Schaberg, rechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw als griffier.

1.De mondelinge behandeling

Aanwezig zijn:
- [eiseres] ,
- mr. Dezfouli,
- [naam 1] , hoofd [naam vereniging] ,
- [naam 2] , voorzitter van het [naam afdeling] ,
- mr. Drijftholt.
De volgende stukken zijn op de zitting aan het procesdossier toegevoegd:
- de akte overlegging aanvullende producties 16 tot en met 21 van [gedaagde] ,
- de aanvullende productie 15 van [eiseres] .
Mr. Dezfouli heeft laten weten dat hij de aanvullende producties van [gedaagde] voorafgaand aan de zitting niet heeft ontvangen, alleen de akte zonder producties. De rechtbank heeft op de zitting een extra exemplaar aan mr. Dezfouli overhandigd. Hij heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de toevoeging van die stukken aan het dossier.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. Mr. Dezfouli heeft op de zitting de vordering tot vernietiging van het opzeggingsbesluit beperkt tot de grond, bedoeld in artikel 2.15 lid 1 onder b BW (strijd met redelijkheid en billijkheid) en de grond, bedoeld in artikel 2.15 lid 1 onder a BW laten vallen.
Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechtbank op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

2.De beoordeling

2.1.
[eiseres] is lid van [gedaagde] , en van de afdeling [naam afdeling] , waar zij een tuin met tuinhuisje in gebruik heeft. [gedaagde] heeft op 20 februari 2025 het lidmaatschap van [eiseres] opgezegd, omdat zij niet heeft voldaan aan haar verplichtingen. Dat ziet volgens [gedaagde] op meerdere dingen, namelijk op het niet voldoen aan de werkplanbeurten, het niet goed onderhouden van het pad dat aan de tuin van [eiseres] grenst en het niet voldoen aan de financiële verplichtingen, te weten niet-betaalde boetes en achterstand in contributie.
2.2.
In artikel 8 lid 4 onder b en c van de statuten staat dat het bestuur van [gedaagde] het lidmaatschap van een lid kan opzeggen als het lid niet voldoet aan de vereisten die de statuten aan het lidmaatschap stellen of als het lid zijn (financiële) verplichtingen tegenover [gedaagde] en/of de afdeling niet of niet tijdig nakomt. Een van de vereisten die de statuten aan het lidmaatschap stellen is dat het lid verplicht is volgens een rooster ‘algemeen werk’ te verrichten. Dat algemeen werk wordt ook wel aangeduid als ‘werkplanbeurten’.
2.3.
[eiseres] vordert dat het opzeggingsbesluit wordt vernietigd omdat het is genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Zij vindt dat het bestuur handelt uit machtsmisbruik en doet aan
cherry pickingdoor alleen háár steeds te beboeten.
2.4.
[gedaagde] heeft diverse stukken overgelegd ter onderbouwing van het opzeggingsbesluit. Met betrekking tot de werkplanuren in 2024 blijkt daaruit het volgende. [gedaagde] heeft [eiseres] in 2024 meerdere keren per brief laten weten dat zij een werkplanbeurt heeft gemist. In die brief staat steeds om welke datum het gaat, op welke datum [eiseres] de beurt moet inhalen en of aan [eiseres] een boete wordt opgelegd. Die boetes bedragen € 30 voor het missen van een werkplanbeurt en € 60 voor het missen van een inhaalbeurt.
2.5.
Daartegenover heeft [eiseres] haar stempelkaart laten zien, waarop alle werkplanbeurten van 2024 zijn afgestempeld. Dat is voor de rechtbank echter niet voldoende, omdat daaruit niet blijkt wanneer [eiseres] deze beurten heeft gedaan. [eiseres] heeft onvoldoende betwist dat zij regelmatig de beurten niet volgens het rooster heeft gedaan en ook de inhaalbeurten niet steeds heeft gedaan. Zij heeft slechts voorbeelden aangehaald van een keer dat zij tijdig had afgezegd of een keer dat zij de werkplanbeurt al vóór de ingeroosterde dag had ingehaald. Die voorbeelden zijn echter niet steeds onderbouwd, en zien ook niet op alle data waarop [gedaagde] [eiseres] heeft aangesproken. [eiseres] heeft dus onvoldoende betwist dat zij in 2024 meerdere keren werkplanbeurten heeft gemist en dat aan haar daarvoor boetes zijn opgelegd. Daarom staat voor de rechtbank vast dat [eiseres] in 2024 niet volgens het rooster al haar werkplanbeurten heeft gedaan. Daarmee heeft zij dus niet voldaan aan de vereisten die de statuten aan het lidmaatschap stellen.
2.6.
[gedaagde] mocht dus het lidmaatschap opzeggen. Dat heeft [gedaagde] niet direct na één gemiste werkplanbeurt gedaan, maar na meerdere gemiste werkplanbeurten, meerdere waarschuwingen, boetes en gesprekken. [gedaagde] heeft zich dus gebaseerd op een langere periode. [eiseres] heeft daar te weinig tegenover gesteld, alleen maar dat zij een emotionele band heeft met haar tuin en dat zij daarvan gebruik wil blijven maken. De rechtbank is daarom van oordeel dat [gedaagde] heeft gehandeld in overeenstemming met de redelijkheid en billijkheid. Er is daarom geen reden om het opzeggingsbesluit te vernietigen.
2.7.
[eiseres] vordert smartengeld voor het leed dat [gedaagde] haar heeft aangedaan. Er is geen aanleiding om aan [eiseres] smartengeld toe te kennen, alleen al omdat het besluit van [gedaagde] dus niet onrechtmatig is.
2.8.
[eiseres] vordert ook schadevergoeding voor schade aan haar tuinhuis en waterschade. Volgens haar heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld doordat bij een taxatie na de opzeggingsbrief schade aan haar tuinhuis is toegebracht en doordat [gedaagde] een eerdere melding van waterschade die zij had ingediend, niet bij de verzekeraar had ingediend. [eiseres] heeft echter onvoldoende gesteld welk concrete handelen zij [gedaagde] verwijt, welke norm daarmee is overschreden en tot welke schade dat heeft geleid. Ook deze vorderingen worden dus afgewezen.
2.9.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [naam vereniging] worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.572,00
(2 punten × € 786,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.745,00

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 4.745,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Van de mondelinge behandeling en de mondelinge uitspraak is dit proces-verbaal opgemaakt.
de griffier de rechter