ECLI:NL:RBAMS:2025:8065

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
10656867
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230x BWArt. 6:230m BWArt. 6:230v BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering aanvullende zorgverzekering wegens niet-naleving consumentenrecht

Univé Zorg vordert premiebetaling voor een aanvullende zorgverzekering over de periode september 2022 tot en met januari 2023, vermeerderd met incassokosten en rente. Bij tussenvonnis werd eisende partij verzocht te onderbouwen hoe en wanneer de verzekeringsovereenkomst en voorwaarden aan de consument zijn verstrekt, conform artikel 6:230x BW.

Univé Zorg overlegt polisbladen van 2022 en 2023 en stelt dat de overeenkomst schriftelijk is vastgelegd. Tevens wordt verwezen naar de website voor de voorwaarden. Echter, de toelichting over het bestelproces uit 2025 is niet relevant voor de overeenkomst uit 2022 en de gevraagde bewijsstukken ontbreken.

De rechtbank oordeelt dat Univé Zorg niet heeft aangetoond dat voldaan is aan de verplichtingen van artikel 6:230x BW, met name omtrent de verstrekte informatie en het ontbindingsrecht. Hierdoor is de vordering ongegrond en wordt deze afgewezen. Univé Zorg wordt veroordeeld in de proceskosten, welke nihil zijn begroot.

Uitkomst: De vordering tot betaling van premies voor de aanvullende zorgverzekering wordt afgewezen wegens niet-naleving van artikel 6:230x BW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10656867 \ CV EXPL 23-11173
Vonnis van 30 oktober 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap
N.V. UNIVÉ ZORG,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Op 6 maart 2025 is een tussenvonnis gewezen. Eisende partij heeft op 1 mei 2025 een akte met producties ingediend.
1.2.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Eisende partij vordert premie voor een aanvullende zorgverzekering in de periode september 2022 tot en met januari 2023 vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en rente.
2.2.
Bij tussenvonnis is overwogen dat eisende partij had moeten toelichten wanneer en op welke wijze de verzekeringsovereenkomst en de verzekeringsvoorwaarden aan gedaagde partij zijn toegezonden, of dit is gebeurd op een duurzame drager en hoe de consument in de gelegenheid is gesteld de overeenkomst te ontbinden ex artikel 6:230x lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), zie ro. 5. In haar akte stelt eisende partij dat de overeenkomst op schrift is gesteld en dat gedaagde partij vanaf 1 januari 2020 een aanvullende zorgverzekering heeft bij eisende partij. Bij haar akte heeft eisende partij een polisblad 2022 overgelegd, waarop is vermeld dat de datum afgifte polis 12 november 2021 is en de premie € 49,95 per maand bedraagt en een polisblad 2023, waarop is vermeld dat de datum afgifte polis 12 november 2022 en de premie € 54,- per maand bedraagt. In de polisbladen wordt voor de voorwaarden verwezen naar de website van eisende partij.
2.3.
Eisende partij heeft verder aan de hand van haar bestelproces van 2025 toegelicht dat voldaan is aan de verplichtingen van artikel 6:230m en 6:230v BW. Dit bestelproces met daarin vermeld het jaar 2025 kan zonder nadere toelichting die ontbreekt niet als voorbeeld dienen voor het bestelproces dat gedaagde partij bij het sluiten van haar overeenkomst in 2022 heeft doorlopen. De gegeven toelichting is verder zinloos, nu de artikelen 6:230m en 6:230v BW op een overeenkomst op afstand betreffende financiële producten niet van toepassing zijn.
2.4.
Eisende partij heeft niet toegelicht dat en hoe is voldaan aan artikel 6:230x BW. Ook heeft eisende partij niet in de akte toegelicht hoe de polissen en voorwaarden aan gedaagde partij zijn verstrekt. Uit de overgelegde polissen lijken deze per post verstrekt te zijn en volgt dat voor de voorwaarden verwezen wordt naar de website van eisende partij. Daaruit kan echter niet worden geconcludeerd dat de voorwaarden met de polis aan eisende partij zijn verstrekt.
2.5.
Nu de gevraagde toelichting niet (volledig) is gegeven, komt de vordering ongegrond voor en wordt de vordering afgewezen.
2.6.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt eisende partij in de kosten van gedaagde partij, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.
811