Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
donderdag 20 november 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating door Huurgemak over het bepaalde in overweging 2.14,
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, heeft de kantonrechter op 23 oktober 2025 een tussenuitspraak gedaan in een civiele procedure tussen de besloten vennootschap Huurgemak B.V. en een niet verschenen gedaagde. De procedure betreft de vraag of prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten worden gesteld over de bestelknop in het bestelproces. De kantonrechter heeft eerder, in een tussenvonnis van 5 juni 2025, het voornemen geuit om dergelijke vragen te stellen, maar komt hierop terug na argumenten van Huurgemak. De kantonrechter oordeelt dat de bestelknop niet voldoet aan de eisen van artikel 6:230l lid 3 van het Burgerlijk Wetboek, wat leidt tot de oplegging van een sanctie. Huurgemak heeft niet op duidelijke wijze de gedaagde geïnformeerd over het ontbindingsrecht en de totale prijs, wat ook tot sancties leidt. De kantonrechter onderzoekt de bedingen in de overeenkomst en de algemene voorwaarden op oneerlijkheid, waarbij enkele bedingen als oneerlijk worden aangemerkt. De zaak wordt aangehouden voor verdere beoordeling en Huurgemak krijgt de gelegenheid om zich uit te laten over de vernietiging van de oneerlijke bedingen.