4.1Detentieomstandigheden
Inleiding
De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen over de Poolse detentieomstandigheden in de tussenuitspraak van 12 augustus 2025 waarin onder meer is geoordeeld dat de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid eerst in een
remand regimezal worden geplaatst. Voor gedetineerden die in een
remand regimekomen is een algemeen gevaar van schending van de grondrechten aangenomen. De rechtbank heeft de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de volgende vraag aan de Poolse justitiële autoriteiten voor te leggen:
Kan worden gegarandeerd dat de opgeëiste persoon per dag in ieder geval tenminste 2 uur buiten zijn cel kan doorbrengen?
Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 12 augustus 2025 heeft het IRC vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld. Na meerdere e-mails tussen het IRC en de Poolse justitiële autoriteiten heeft het IRC op 8 oktober gevraagd of gegarandeerd kan worden dat de opgeëiste persoon dagelijks ten minste twee uur buiten zijn cel kan doorbrengen.
Op 13 oktober 2025 hebben de Poolse justitiële autoriteiten het navolgende antwoord gegeven:
“[opgeëist persoon] will have the opportunity to spend 2 hours per day outside his cel, during his stay in the remand prison.
This time will include 1 hour a day for a walk, as well as 1 hour a day, which the inmate can spend in the prison library or by participating in other educational activities organized for inmates in a penitentiary unit, as long as he consents to participate in this type of cultural activities.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW aan de overlevering in de weg staat. De raadsman heeft betoogd dat de door hem overgelegde informatie bestaat uit deskundigenberichten, waaruit volgt dat er een reëel gevaar bestaat dat de opgeëiste persoon onmenselijk of vernederend zal worden behandeld na overlevering naar Polen. De raadsman heeft daarnaast gesteld dat uit het bericht van 15 september 2025 volgt dat geen garanties konden worden gegeven. Dit bericht is afkomstig van [naam], het hoofd van de relevante afdeling. De garantie van 13 oktober 2025 is niet van dezelfde persoon afkomstig en er is geen enkele blijk van enige betrokkenheid van deze persoon bij de zaak van de opgeëiste persoon. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie van 13 oktober 2025 terzijde moet worden gelegd als onvoldoende onderbouwd en niet relevant. De raadsman heeft ten slotte betoogd dat de detentieomstandigheden in Polen onvoldoende toereikend zijn gelet op de medische situatie van de opgeëiste persoon.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie van 13 oktober 2025 voldoende is en dat artikel 11 OWL niet aan overlevering in de weg staat. Er is veel gecommuniceerd met de Poolse autoriteiten, maar er is nooit gezegd dat er geen sprake kan zijn van tenminste twee uur buiten de cel per dag voor de opgeëiste persoon. Het bericht van 13 oktober 2025 is dan ook niet in strijd met eerdere berichten. De officier van justitie heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat er geen algemeen gevaar is aangenomen wat betreft de medische omstandigheden in de Poolse detentiecentra en dat er geen reden is een individueel gevaar aan te nemen voor de opgeëiste persoon.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen in de tussenuitspraak van 12 augustus 2025. In haar uitspraak van 25 september 2025heeft de rechtbank als volgt overwogen:
“Het algemene reële gevaar dat een opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een cel met een oppervlakte tussen de 3 en 4 m2 wordt in ieder geval weggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Wanneer de autoriteiten een dergelijke garantie niet kunnen geven, heeft de rechtbank concrete informatie nodig over hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden, en wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. “
Uit het laatste antwoord van de Poolse autoriteiten van 13 oktober 2025 volgt dat gegarandeerd wordt dat de opgeëiste persoon dagelijks ten minste twee uur buiten zijn cel kan doorbrengen. Dat Poolse justitiële autoriteiten dit in eerdere antwoorden niet hebben gegarandeerd, maakt niet dat de rechtbank deze garantie terzijde dient te schuiven. De rechtbank is, gelet op deze individuele garantie van de Poolse autoriteiten van oordeel dat het vastgestelde individuele reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden hiermee voor de opgeëiste persoon is weggenomen.
De rechtbank heeft geen algemeen gevaar aangenomen wat betreft de medische omstandigheden in de Poolse
remand prisons. Hetgeen de verdediging daartoe heeft aangevoerd, maakt dit niet anders. De rechtbank ziet dan ook geen gevaar voor de opgeëiste persoon gelet op zijn medische situatie. De rechtbank verwerpt het verweer.