Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
RSG),
Mercator),
[gedaagde 2]),
1.De procedure
tussenvonnis) [1] ,
- het exploot ‘processtukken en oproeping’, betekend aan [gedaagde 2] op 20 januari 2025,
erga omneswerking van uitgaat, de oproeping behoeft van [gedaagde 2] .
[naam]) als houder van één Mercator-aandeel. Verder betwist [gedaagde 2] de nietigheid dan wel vernietigbaarheid van het bedoelde besluit.
.”
strijdigis met het belang van de vennootschap. Daarvoor is niet relevant of het genomen besluit als zodanig goed of slecht was voor de vennootschap. Terecht wijst [gedaagde 2] erop dat een met de vennootschap
parallellopend persoonlijk belang geen reden vormt om de bestuurder uit te sluiten van de besluitvorming. Het feit dat [gedaagde 2] persoonlijk ook een belang had bij de Schikking levert dus nog geen tegenstrijdig belang op.
Bibolini-exceptie. [2] Daarvoor is echter niet alleen vereist dat de wederpartij (Vermont c.s.) wist van het overtreden van een interne bevoegdheidsregel, maar ook dat die wederpartij betrokken was bij de totstandkoming van die bevoegdheidsregel, waardoor de
Bibolini-exceptie slechts in uitzonderlijke gevallen opgaat. Deze zaak is daar geen van.