ECLI:NL:RBAMS:2025:8561

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
11019432 \ CV EXPL 24-3273
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing consumentenrecht in verstekzaak met discrepantie tussen geoffreerde en gefactureerde bedragen

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, is een verstekvonnis uitgesproken op 7 oktober 2025. De eisende partij, een vennootschap onder firma, heeft werkzaamheden verricht voor de gedaagde partij, die niet is verschenen. De eisende partij vordert een bedrag van € 21.872,54, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten, op basis van een overeenkomst die gesloten zou zijn tussen de handelaar en de consument. De kantonrechter heeft ambtshalve de informatieplichten van de eisende partij getoetst, gezien de gedaagde partij een consument is. Er zijn twee offertes gepresenteerd, maar de factuurbedragen wijken af van de geoffreerde bedragen, wat vragen oproept over de transparantie van het prijsbeding en de naleving van de informatieplichten. De kantonrechter heeft de eisende partij opgedragen om nadere toelichting te geven over de totstandkoming van de overeenkomst, de toepasselijkheid van algemene voorwaarden en de transparantie van de prijsstelling. De zaak is verwezen naar de rol voor akte uitlating door de eisende partij, met de verplichting om de gedaagde partij tijdig te informeren over de voortgang van de procedure. De beslissing van de kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan tot de akte is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11019432 \ CV EXPL 24-3273
Vonnis van 7 oktober 2025
in de zaak van
de vennootschap onder firma
VOF [eiser],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. M.J. Oudman,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 maart 2024, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij stelt in opdracht van gedaagde partij werkzaamheden te hebben verricht, zoals omschreven in de factuur. Voorafgaand aan de werkzaamheden zijn twee offertes uitgebracht. De factuur van € 21.872,54 is onbetaald gebleven. Dat bedrag wordt aan hoofdsom gevorderd, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
2.2.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen eisende partij als handelaar en gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. Getoetst moet worden of eisende partij de op haar rustende informatieplichten heeft nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.3.
In het kader van de te toetsen informatieplichten, dient de kantonrechter te worden geïnformeerd over de wijze waarop de overeenkomst feitelijk tot stand is gekomen, zoals hoe gedaagde partij bij eisende partij terecht is gekomen (telefonisch, online, via e-mail, in persoon) en wat er precies is verzocht. In dat verband constateert de kantonrechter dat twee verschillende offertes in het geding zijn gebracht, waarop verschillende werkzaamheden lijken te staan. De daarop vermelde prijzen, exclusief btw, wijken af van het factuurbedrag, inclusief btw. In de dagvaarding is niets gesteld over welke informatieplichten van toepassing zijn, gelet op de wijze waarop de overeenkomst is gesloten. Evenmin is gemotiveerd gesteld op welke wijze aan de informatieplichten is voldaan. Hierover dient eisende partij een nadere toelichting en onderbouwing te geven.
2.4.
Eisende partij dient verder te laten weten of er algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn verklaard. Als dat het geval is, dienen deze in het geding te worden gebracht, vergezeld met een toelichting over de bedingen die aan de vordering ten grondslag kunnen worden gelegd en een standpunt over de (on)eerlijkheid daarvan.
2.5.
Tot slot dient de kantonrechter het prijsbeding te toetsen op transparantie, maar hierover heeft eisende partij zich in de dagvaarding niet uitgelaten. Voorafgaand aan de uitvoering van de opdracht(en) heeft gedaagde partij kennis moeten kunnen nemen van de (bij benadering) te verwachten kosten daarvan, in lijn van het arrest van het Europese Hof van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14), zodat de kantonrechter kan beoordelen of de prijzen transparant zijn in de zin van de richtlijn. Uit dit arrest volgt dat de handelaar de consument, vóórdat de overeenkomst wordt gesloten, informatie moet verstrekken die hem in staat stelt bij benadering de totale kosten van de diensten te ramen. Als dat niet of onvoldoende is gebeurd, zal het prijsbeding op oneerlijkheid in de zin van de richtlijn moeten worden getoetst.
2.6.
Eisende partij zal daarbij moeten ingaan op de hiervoor aangehaalde discrepantie tussen de geoffreerde bedragen (exclusief btw) en het factuurbedrag (inclusief btw). In dat verband kan relevant zijn dat informatie over de prijs inclusief btw essentiële informatie is voor consumenten. Vooralsnog kan niet worden vastgesteld dat de prijs inclusief btw voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan gedaagde partij is verstrekt.
2.7.
Eisende partij wordt opgedragen om zich bij akte uit te laten over het voorgaande. De zaak wordt daartoe verwezen naar de rol.
2.8.
Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
2.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
dinsdag 4 november 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating eisende partij,
3.2.
bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.8,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
991