ECLI:NL:RBAMS:2025:8570

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
11692010 \ CV EXPL 25-6972
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering op grond van onderwijsovereenkomst wegens niet-naleving informatieplichten en ontbreken prijs

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 6 november 2025 uitspraak gedaan in een bodemprocedure waarbij de eisende partij, VBOT B.V., een besloten vennootschap gevestigd te Zoetermeer, vorderde dat de gedaagde partij, die niet verschenen was, werd veroordeeld tot betaling van € 980,52 op basis van een onderwijsovereenkomst. De procedure begon met een dagvaarding op 30 april 2025, waarna verstek werd verleend aan de gedaagde partij.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de eisende partij niet heeft voldaan aan de informatieplichten die voortvloeien uit het consumentenrecht. Er is geen bewijs geleverd dat de gedaagde partij op de hoogte was van de relevante informatie die nodig is voor de beoordeling van de vordering. Dit gebrek aan informatie leidt er toe dat de vordering niet kan worden toegewezen. Daarnaast is de overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt niet compleet, omdat er geen prijs is vermeld, wat essentieel is voor de prestatie. De prijzen op het inschrijfformulier komen niet overeen met die op de factuur, en de factuur dateert van na de totstandkoming van de overeenkomst.

De kantonrechter concludeert dat de vordering ongegrond is en wijst deze af. Tevens wordt de eisende partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde partij op nihil worden begroot. Dit vonnis benadrukt het belang van naleving van informatieplichten en de noodzaak om duidelijke afspraken te maken in overeenkomsten, vooral in het kader van consumentenrecht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11692010 \ CV EXPL 25-6972
Vonnis van 6 november 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VBOT B.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
eisende partij,
gemachtigde: Medicas B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 april 2025, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij vordert uit hoofde van een met gedaagde partij gesloten onderwijsovereenkomst veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 980,52 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten.
2.2.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.3.
Over de naleving van de informatieplichten heeft eisende partij in de dagvaarding niets gesteld. Reeds hierom kan de vordering niet worden toegewezen (verwezen wordt naar ECLI:NL:HR:2021:1677, rechtsoverweging 3.1.17), nu eisende partij op dit punt niet heeft voldaan aan haar stelplicht door de voor de beoordeling van belang zijnde informatie niet volledig te verstrekken.
2.4.
Los daarvan constateert de kantonrechter dat eisende partij bedragen vordert op grond van de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst, maar dat deze overeenkomst in het geheel geen prijs staat vermeld, terwijl dat de kern van de prestatie is. Weliswaar staan prijzen vermeld op het inschrijfformulier, maar die komen niet overeen met de prijzen in de factuur. De factuur dateert overigens van 31 januari 2024, terwijl de onderwijsovereenkomst tussen partijen pas daarna tot stand is gekomen. Bovendien heeft gedaagde partij op het inschrijfformulier gekozen voor betaling in drie termijnen, maar het volledige studiegeld is ineens gefactureerd. Termijnbetalingsinstructies zijn niet gegeven.
2.5.
Tot slot hanteert eisende partij kennelijk betalingsvoorwaarden van haar nadien ingeschakelde incassogemachtigde. Op welke wijze gedaagde partij daarvan kennis heeft kunnen nemen en/of daarmee akkoord is gegaan, is niet toegelicht.
2.6.
Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, komt de vordering vanwege het voorgaande ongegrond voor. De vordering wordt daarom afgewezen.
2.7.
De kantonrechter merkt ten overvloede op dat al sinds 1 oktober 2019 geen tussenvonnissen meer worden gewezen om ontbrekende informatie benodigd voor het ambtshalve onderzoek van de kantonrechter op te vragen.
2.8.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op
6 november 2025.
991