Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 6 november 2025 uitspraak gedaan in een bodemprocedure waarbij de eisende partij, VBOT B.V., een besloten vennootschap gevestigd te Zoetermeer, vorderde dat de gedaagde partij, die niet verschenen was, werd veroordeeld tot betaling van € 980,52 op basis van een onderwijsovereenkomst. De procedure begon met een dagvaarding op 30 april 2025, waarna verstek werd verleend aan de gedaagde partij.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de eisende partij niet heeft voldaan aan de informatieplichten die voortvloeien uit het consumentenrecht. Er is geen bewijs geleverd dat de gedaagde partij op de hoogte was van de relevante informatie die nodig is voor de beoordeling van de vordering. Dit gebrek aan informatie leidt er toe dat de vordering niet kan worden toegewezen. Daarnaast is de overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt niet compleet, omdat er geen prijs is vermeld, wat essentieel is voor de prestatie. De prijzen op het inschrijfformulier komen niet overeen met die op de factuur, en de factuur dateert van na de totstandkoming van de overeenkomst.
De kantonrechter concludeert dat de vordering ongegrond is en wijst deze af. Tevens wordt de eisende partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde partij op nihil worden begroot. Dit vonnis benadrukt het belang van naleving van informatieplichten en de noodzaak om duidelijke afspraken te maken in overeenkomsten, vooral in het kader van consumentenrecht.