Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
Rechtbank Amsterdam
VBOT B.V. vordert betaling van €980,52 van gedaagde uit hoofde van een onderwijsovereenkomst. De kantonrechter toetst ambtshalve aan het consumentenrecht en de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen.
Eiser heeft niet gesteld dat is voldaan aan de informatieplichten, waardoor de stelplicht niet is nagekomen en de vordering reeds om die reden niet kan worden toegewezen. Daarnaast bevat de onderwijsovereenkomst geen prijs, terwijl dit essentieel is voor de prestatie. De prijzen op het inschrijfformulier komen niet overeen met de factuur, die bovendien dateert van vóór de overeenkomst.
Verder is onduidelijk hoe de betalingsvoorwaarden van een later ingeschakelde incassogemachtigde van toepassing zijn verklaard aan gedaagde. Zonder nadere toelichting wordt de vordering daarom afgewezen. Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: De vordering van VBOT B.V. wordt afgewezen wegens niet-naleving van informatieplichten en onduidelijke prijsstelling.