Eiser heeft bijstand en bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering aangevraagd, maar het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvragen af op grond van het feit dat eiser een gezamenlijke huishouding voert met zijn ex-partner.
De rechtbank bevestigt dat eiser inderdaad een gezamenlijke huishouding voert, waardoor hij niet als alleenstaande kan worden aangemerkt voor bijstand. Hoewel eiser schrijnende omstandigheden aanvoert, zoals tijdelijke opvang vanwege psychische klachten en dakloosheid, bieden de artikelen 16 en 18 van de Participatiewet geen grondslag voor bijstand in deze situatie.
De rechtbank benadrukt dat het college terecht heeft geoordeeld dat er geen ruimte is voor maatwerk of dringende redenen om af te wijken van de wettelijke regeling. Het beroep van eiser wordt daarom ongegrond verklaard, en hij krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.