ECLI:NL:RBAMS:2025:8785

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
11787321/EA 25-757
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens verdenking van diefstal door werkneemster bij Under Armour

In deze zaak verzoekt de werkneemster, hierna te noemen [verzoekster], om toekenning van een billijke vergoeding na haar ontslag op staande voet door haar werkgever, Under Armour Netherlands Retail B.V. Het ontslag vond plaats op 7 mei 2025, naar aanleiding van een incident op 23 en 24 april 2025, waarbij [verzoekster] een tas met kleding in de paskamer had aangetroffen. De werkgever heeft haar ontslagen omdat zij in strijd met het bedrijfsbeleid een tas met kleding had apart gehouden en hierover tegenstrijdige verklaringen had afgelegd. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. De rechter stelt vast dat [verzoekster] op 23 april 2025 de grote paskamer heeft opgeruimd en daarbij de tas met kleding heeft aangetroffen, maar deze niet heeft gecontroleerd of de kleding getagd was. De rechter concludeert dat [verzoekster] door haar opmerkelijke gedrag en de wisselende verklaringen de verdenking van diefstal heeft doen ontstaan, wat een dringende reden voor ontslag op staande voet vormt. De verzoeken van [verzoekster] om de onregelmatigheid van het ontslag te verklaren en om schadevergoeding worden afgewezen. Tevens wordt [verzoekster] veroordeeld tot terugbetaling van teveel ontvangen loon aan Under Armour.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11787321 \ EA VERZ 25-757
Beschikking van 27 oktober 2025
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. C.P. Bean,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UNDER ARMOUR NETHERLANDS RETAIL B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: Under Armour,
gemachtigden: mr. W. Heere en mr. D.G. Veldhuizen.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft op 14 juli 2025 een verzoekschrift ex artikel 7:681 lid 1 sub a en artikel 7:672 lid 11 van het Burgerlijk Wetboek (BW) met producties ingediend. Under Armour heeft op 29 september 2025 een verweerschrift ingediend, met producties en een tegenverzoek. Daarna heeft [verzoekster] nog een aanvullende productie ingediend.
1.2.
De verzoeken zijn op 6 oktober 2025 ter zitting behandeld. [verzoekster] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde. Voor Under Armour is [naam 1] verschenen, vergezeld door de gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten verder toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De zitting is geschorst om een minnelijke regeling te treffen, maar dat is niet gelukt.
1.3.
Ten slotte is beschikking bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Under Armour is een Amerikaanse onderneming die sportartikelen produceert en verkoopt. Zij heeft verschillende winkels door heel Nederland, waaronder een winkel in [locatie] te [plaats] .
2.2.
[verzoekster] , 43 jaar oud, is op 1 oktober 2018 in dienst getreden bij Under Armour in de functie van [naam functie 1] in de winkel in [locatie] tegen een bruto maandsalaris van laatstelijk € 4.143,49 bruto, exclusief 8% vakantiebijslag en overige emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Retail Non Food van toepassing.
2.3.
Under Armour hanteert onder meer de “Locker Use and Merchandise Hold Code of Conduct”, de “Product Alarm Tagging Procedure” en de “Employee Theft Prevention Procedure”, waaronder de “Staff Rule Policy” de “Locker Use and Merchandise Hold Code of Conduct” waarin onder meer is bepaald:
“Under Armour does not allow teammate merchandise holds at any time of year; no matter the length or reason”. In de Product Alarm Tagging Procedure is onder meer bepaald dat producten vanaf € 49,99 getagd moeten worden met een alarm. In de Staff Rule Policy is onder meer bepaald dat werknemers geen producten mogen achterhouden en dat tassen van personeel bij het in- en uitgaan van de winkel kunnen worden gecontroleerd.
2.4.
[verzoekster] is op 5 september 2023 uitgevallen vanwege arbeidsongeschiktheid. Vanaf november 2024 is zij gaan re-integreren. Tijdens haar arbeidsongeschiktheid waren anderen aangesteld als (interim) [naam functie 1] .
2.5.
Bij e-mailbericht van 29 oktober 2024 aan Under Armour heeft [verzoekster] medegedeeld dat de uitbetaling van haar salaris niet correct is. Daarop heeft Under Armour gereageerd dat zij vanaf haar tweede ziektejaar nog maar 70% van het salaris krijgt uitgekeerd voor de dagen dat zij niet re-integreert. Vervolgens heeft [verzoekster] op
3 december 2024 een e-mailbericht aan Under Armour gestuurd waarin zij schrijft dat haar salaris nu correct is maar dat zij nog de uitbetaling van haar reiskosten mist. Bij e-mail van 27 december 2024 heeft [verzoekster] daaraan toegevoegd dat zij graag haar overuren betaald wil hebben. Dezelfde dag heeft [naam 1] (( [naam functie 3] ) geantwoord dat overuren alleen kunnen worden uitbetaald als deze door de toenmalige leidinggevende zijn goedgekeurd. Bij e-mailbericht van 30 december 2024 heeft [naam 1] aan [verzoekster] geschreven dat uit de systemen blijkt dat van de aangevraagde 716 overuren, 117,5 door de toenmalige leidinggevende met een bericht daarover aan [verzoekster] in juli 2023 zijn goedgekeurd als overuren en dat de andere uren gelden als Tijd voor Tijd. Alleen de goedgekeurde overuren zijn daarom alsnog in januari 2025 door Under Armour uitbetaald. Bij e-mailbericht van 7 januari 2025 heeft [verzoekster] laten weten dat zij het daarmee niet eens is.
2.6.
Op 1 april 2025 is [naam 2] aangenomen als [naam functie 2] in de winkel in [locatie] . Voorheen was er geen [naam functie 2] werkzaam in de winkel.
2.7.
Per 1 april 2025 was [verzoekster] weer volledig arbeidsgeschikt, maar door een vakantie was haar eerste volledig arbeidsgeschikte werkdag op 15 april 2025. Anders dan voorheen was [naam 2] vanaf dat moment haar direct leidinggevende in de winkel.
2.8.
Een deel van de winkel is ingericht voor de paskamers, bestaande uit een gang met aan de rechterkant drie kleinere paskamers en één grotere. Aan het einde van de gang staan rekken waar kleding kan worden opgehangen.
2.9.
Tijdens haar arbeidsongeschiktheid is de grote paskamer volgestapeld met dozen en losse kleding. [verzoekster] heeft deze paskamer op 23 april 2025 opgeruimd. De paskamer was hierna volledig leeg.
2.10.
Op 24 april 2025 heeft [naam 3] ( [naam functie 1] FH Salzburg) om 9:26 uur aan [verzoekster] en [naam 2] het volgende gemaild:
“(…) I am reaching out to inform that [naam 4] ( [naam functie 1] BH Amsterdam) will come to your store today to support you with the stock count which includestraining on the NEW planning and the inventory process. (…) Please work with [naam 4] as she will lead you through this process.”
2.11.
Bij e-mail heeft [verzoekster] daarop gereageerd dat zij die dag een doktersafspraak had, maar deze heeft verzet naar 14:30 uur in de middag.
2.12.
Op 24 april 2025 om 13:05 uur is [naam 4] de winkel binnengekomen. Zij had de opdracht om te controleren dat elk item in de winkel op de juiste plaats lag en op de juiste wijze was getagd en gelabeld. Verder moest zij [naam 2] inwerken ten aanzien van de inventarisatie. [verzoekster] en [naam 2] waren op dat moment aanwezig in de winkel.
2.13.
In de gang ter hoogte van de grote paskamer vond [naam 4] een Under Armour sporttas gevuld met kleding zonder alarmtag, ten bedrage van in totaal € 650,-. In de tas zaten onder meer twee (dezelfde) jassen met dezelfde maat die een verkoopprijs boven € 49,99 hadden.
2.14.
Om 13:14 uur heeft [verzoekster] een e-mailbericht gestuurd naar [naam 3] en [naam 5] ( [naam functie 4] ) van Under Armour, waarin is vermeld:
“I have a question, since yesterday I have a bag with items for a customer that will pick up the bag today. Is that not allowed? And also when I was trained in Ierland by [naam 6] I was allowed as a manager to put items away to buy. Is that not allowed any more. Or has the policy been changed. Please let me know if this is changed so I know this in the future. (…)”
2.15.
Om 13:32 uur heeft [verzoekster] aan [naam 1] en [naam 7] van Under Armour onder meer gemaild:
“(…) There was a bag with items from a customer since yesterday when inwas cleaning the fitting room and [naam 4] told me that this was not allowed. As I wasn’t aware of this I told her thatbit was. (…)”
2.16.
[naam 4] heeft foto’s gemaakt van de tas met kleding en die om 14:40 uur gemaild naar [naam 1] , [naam 5] , [naam 7] en [naam 3] met als onderwerp: “
Subject: Hidden bad full of unalarmed merchandise that belongs by statement to [verzoekster] (…)en de volgende tekst:
“ (…) The items were placed in the fittingrooms, in a black under armour bag, underneath the clothing rack that is full of clothes and not on plain sight.
When I approached the black bag and picked it up, [verzoekster] appeared infornt of me asking what I am doing. Communicated that I am preparing the store for the inventory and i asked what is that bag. She immidiatlly replied that this is a bag that she is holding for a customer. I asked, from how long. She replied from yesterday and that is for her friend and she is entitled to hold merchandise as a manager of the store. I came back with the policy that says that no teammate is entitled to keep on hold any merchandise for any reason. (…)
The same moment that I took the bag in the office, [verzoekster] came behind me, (…) and then asked to purchase the items. I declined, (…). She replied “I cant beleve this”, in an disturbing angry way (…). All the merchandise in the bag, and the bag itself, are without alarm tags. (…)”.
2.17.
[verzoekster] heeft de winkel verlaten voor haar doktersafspraak en kwam rond 16:00 uur weer terug. Om 17:20 uur heeft [naam 2] [verzoekster] in afwachting van het door Under Armour ingezette onderzoek geschorst met behoud van loon en verzocht de winkel te verlaten. [naam 2] heeft een schriftelijke verklaring afgelegd, waarin hij onder meer verklaart:
“(…) While preping for the (…) inventroy count, [naam 4] found a hidden Under Armour gym bag filled with items of Under Armour clothing in it, all the items were new and had no security tags on them, the bag was found under hanging murchandise in the furtherest corner of the fitting rooms.
While holding the bag, she asked the teammates “What is this” [verzoekster] turned around and claimed the bag as her own. Her words were “it is myne” she then went on to tell [naam 4] that she was holding the bag with the murchandise for a customer. (…).
The bag was then taken by [naam 4] to the tills and she then informed me that she left the bag at the tills. I went to go investigate and when I questioned [verzoekster] about it she told me its for a friend named [naam 8] , later [verzoekster] told me that she will buy the bag.
[verzoekster] left the property to go to a Doctors appointment, apon arriving back to the store, [verzoekster] then informed me that the bag was not hers, and that she just found it in the fitting room.
[verzoekster] story for the gym bag and why it was filled with Under Armour murchandise had changed three times through out the day. I have never experienced a hidden bag in the furest part of a fitting room, away from all cctv camaras before. (…)”
2.18.
Bij e-mail van 25 april 2025 heeft [naam 2] aan [verzoekster] bevestigd dat zij is geschorst.
2.19.
Bij e-mail en brief van 1 mei 2025 heeft Under Armour aan [verzoekster] de bevindingen tot dan toe medegedeeld en haar uitgenodigd voor een gesprek op 2 mei 2025. Daarbij heeft Under Armour aangekondigd dat zij daarna het onderzoek zal sluiten en een besluit zal nemen hetgeen een ontslag op staande voet zou kunnen inhouden.
2.20.
Op 2 mei 2025 is, zoals afgesproken, een digitaal gesprek via Teams gehouden tussen [verzoekster] , [naam 1] , [naam 5] en [naam 2] . [verzoekster] had tijdens het gesprek haar camera niet aan en werd bijgestaan door haar vriend [naam 9] . Van dit gesprek is een geluidsopname met transcriptie gemaakt die is overgelegd in deze procedure. Tijdens dit gesprek is [verzoekster] herhaaldelijk gevraagd een verklaring te geven over de tas. [verzoekster] heeft daarbij telkens aangegeven dat de tas niet van haar was, zij de tas niet had verborgen en niet heeft geprobeerd de goederen te stelen. Het gesprek verliep niet prettig en uiteindelijk heeft [verzoekster] tegen [naam 1] gezegd:
“I hope you can sleep at night. (…) Je weet precies wat je aan het doen bent. Je weet ’t precies. Je weet ’t precies. Je weet ’t precies.”Daarna heeft [naam 1] het gesprek beëindigd.
2.21.
Op 3 mei 2025 heeft [verzoekster] een e-mailbericht gestuurd aan [naam 1] , [naam 5] en [naam 2] , waarin zij onder meer schrijft:
“(…) A box and a bag containing items were placed under a rack with high hanging garments they were visible and not hidden. These items had been stored in the large fitting room, where both staff and customers had previously left items labeled with names. I had cleared out that room in preparation for inventory, placed the box and bag outside the fitting room, and returned the other items to the store floor and boxes to the door next to the entrance from the stockroom. (…)
[naam 4] asked about the bag, and I informed her it was for a customer. When she asked how long it would be held, I replied one day. I never claimed the bag was mine. When she said this was not allowed, I responded that, to my knowledge, it was permitted also given that [naam 2] knew about this. (…) Shortly after, she returned with [naam 2] , showed a policy on her phone, and I acknowledged it might be a new update. She left again, and I apologized to [naam 2] for setting the wrong example and acknowledged that [naam 4] was correct regarding the policy. (…)
Hypothetically I asked what would happen if the items were intended to be purchased, to which she responded that the items could be bought out of the store floor, (…).”
2.22.
Na ontvangst van deze e-mail en raadpleging van een advocaat heeft Under Armour bij e-mailbericht en brief van 7 mei 2025 [verzoekster] op staande voet ontslagen. In dat bericht heeft zij onder meer vermeld:
“(…) We hereby inform you that you are dismissed with immediate effect (…) effective today, 7 May 2025. (…)
To specify and summarize what the report and our investigation entailed: you have violated Under Armour company policy by having held a considerable amount of merchandise on 23 and 24 April 2025, more specifically you hid the merchandise in the fitting rooms, out of (CCTV) sight, hidden beneath a clothing rack and behind another box. (…) You did not buy the products, nor did your friend [naam 8] come by the store that day. Upon return to the store after your doctor’s visit, you told [naam 2] that you found the bag in the fitting room; again, changing your narrative. (…) During your interview on 2 May 2025, you refused to appear on camera, (…). It was impossible to have an open conversation with you. You acted hostile, condescending, disrespectful and aggressive to everything that was stated or asked. (…). When confronted about Under Armour’s findings, the only thing you could bring up was that it was all untrue and a set-up by [naam 4] and [naam 2] , (…). When asked why you said the bag was for your friend [naam 8] , you said: “that was a lie (by [naam 4] and [naam 2] ), and it wasn’t [naam 8] ’s. You said there was no [naam 8] . These various contradictory statements are implausible. And when asked why you wanted to buy the products, you said: “it was a hypothetical question”. (…)
Additionally, you gave yet[in het e-mailbericht van 3 mei 2025, ktr]
another explanation for the bag of goods, namely that the “items had been stored in the large fitting room, where both staff and customers had previously left items labeled with names.” (…) For the sake of completeness, none of the items in the bag [naam 4] found contained any labels with names. As explicated before, none of the merchandise in the bag even had alarm tags – whereas at least some products should have those, given their value. As [naam functie 1] , that is your responsibility. (…)
All in all, your behavior on 24 April 2025 until now has hovered back and forth from suspicious to hostile, with no sense of reasonableness in between. Instead of cooperation and openness you chose condescension and hostility. Also, you statements are contradictory, (…). We do not believe you.
You have attempted to steal products from the company and with your contradictory explanation and statements, you have proved to have grossly violated your legal duty to behave as a good employee and you have acted in serious violation of the obligations under your employment contract. You have irreparably betrayed the trust that Under Armour needs to be able to place in you. Under Armour finds your actions and your stated justifications thereto completely unacceptable. (…)
Your actions and statements, both individually and/or in combination with one another, constitute an urgent reason (…).”
2.23.
[verzoekster] heeft schriftelijke verklaringen overgelegd van (oud)personeelsleden van Under Armour waarmee ze heeft gewerkt. Daarin is onder meer verklaard:
“(…) [naam (oud-)personeelslid 1]
Functie: [naam functie 5] (…)
Ik ben sinds juni 2019 werkzaam bij Under Armour in Bataviastad, (…). Wat betreft het gebruik van de paskamer voor mindervaliden als opbergruimte: deze werd al sinds vorig jaar gebruikt voor extra opslag, (…). Daarnaast werd de paskamer ook gebruikt om kleding apart te leggen voor collega’s en klanten die deze op een later moment wilden kopen. We plaatsten daarbij een kaartje met onze naam erop en legden de kleding eronder, zodat we deze konden achterhouden tot aankoop. (…)”
“ [naam (oud-)personeelslid 2] (…)
Functie: [naam functie 5] (niet langer in dienst) (…)
Op 18 augustus 2023 ben ik in dienst getreden bij Under Armour te [plaats] , alwaar ik tot en met3 juni 2025 in loondienst ben geweest. (…)
Ondanks het feit dat het formele bedrijfsbeleid expliciet voorschrijft dat het personeel geen artikelen voor zichzelf of voor klanten mag reserveren of apart leggen, week de praktijk binnen het filiaal structureel van deze beleidslijn af. (…) Voor zover mij bekend, waren tijdens [verzoekster] ’s langdurig ziek zijn zowel het filiaalmanagement (Manager, SV en keyholder) als de regiomanagers op de hoogte van deze gang van zaken, maar zij traden hier niet handhavend tegen op.
Voorafgaand aan haar ziekteverlof was [verzoekster] (manager) uiterst consistent in het toezien op naleving van dit beleid. Zij corrigeerde medewerkers actief bij overtredingen en benadrukte stelselmatig dat het reserveren van artikelen niet was toegestaan. (…)”
“ [naam (oud-)personeelslid 3] (…)
Functie: [naam functie 6] (…)
Sinds januari 2023 ben ik werkzaam als [naam functie 6] bij Under Armour te [plaats] . (…)
Hoewel ik het formele bedrijfsbeleid niet expliciet ken, heb ik regelmatig waargenomen dat medewerkers artikelen terzijde legden, doorgaans voorzien van een briefje of etiket met hun naam. (…) Voorafgaand aan haar ziekteverlof viel het mij op dat [verzoekster] (de manager) medewerkers actief corrigeerde wanneer zij artikelen reserveerden, en dat zij herhaaldelijk benadrukte dat dit niet was toegestaan. (…) Een aanvullende en relevante observatie betreft het langdurige en structurele gebruik van de grote paskamer als opslagruimte. (…) Dit gebruik begon, voor zover ik heb kunnen zien, nadat [verzoekster] in september 2023 langdurig ziek werd. (…)”
“ [naam (oud-)personeelslid 4] (…)
Functie: [naam functie 5] (vast in dienst) (…)
Officieel zegt het bedrijf dat het niet is toegestaan om artikelen te reserveren of apart te leggen. In de praktijk gebeurde dit regelmatig. (…)
[verzoekster] hield dit vóór haar ziekte streng in de gaten en greep direct in zodra het gebeurde. (…) [verzoekster] maakte die kast[bij de kassa, ktr]
steeds leeg; als ze even niet had gekeken, lagen er opnieuw spullen in. Dan haalde ze die weer weg en sprak het personeel erop aan. Tijdens haar ziekteperiode viel dit weg. (…) Op 24 april 2025 was ik zelf niet aanwezig, maar de dagen erna wel. Toen heb ik zelf gezien en gehoord dat [verzoekster] de grote paskamer had opgeruimd. Daar lagen spullen van iedereen, inclusief artikelen die eigenlijk voor het magazijn bedoeld waren. Nog voordat zij volledig terugkeerde, had [verzoekster] al tegen ons personeel gezegd dat dit het eerste zou zijn wat ze zou aanpakken, omdat het haar erg stoorde dat de ruimte verkeerd gebruikt werd. (…)”
2.24.
Per september 2025 geeft [verzoekster] in loondienst en als zzp’er fulltime les aan kinderen. Zij verdient daarmee meer dan bij Under Armour.
3. Het geschil
3.1.
[verzoekster] verzoekt bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a. te verklaren voor recht dat het ontslag op staande voet op 7 mei 2025 niet voldoet aan de eisen van artikel 7:677 lid 1 BW en onregelmatig heeft plaatsgevonden;
en Under Armour te veroordelen tot:
b. betaling van de billijke vergoeding ten bedrage van € 53.699,63 bruto;
c. betaling van de transitievergoeding ten bedrage van € 9.848,68 bruto;
d. betaling van de gefixeerde schadevergoeding ten bedrage van € 12.414,42 bruto;
e. betaling van het salaris over mei 2025 en het opmaken van een salarisspecificatie over mei 2025;
f. het opmaken, verstrekken en betalen van de eindafrekening, inclusief overuren;
g. het verwijderen van de registratie van [verzoekster] uit het interne ‘exclusion’-systeem;
h. betaling van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid;
i. verstrekking aan [verzoekster] van een schriftelijke en deugdelijke bruto/netto specificatie van bovengenoemde bedragen;
j. betaling van de proceskosten, waaronder de nakosten.
3.2.
[verzoekster] stelt daartoe dat zij onterecht is ontslagen. [verzoekster] betwist dat zij de tas wilde stelen en dat zij daarover tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Zij heeft steeds verklaard dat de tas voor een klant was en dat zij de tas niet onder een kledingrek heeft verstopt. Zij heeft de kleding niet in de tas gedaan en weet dus ook niet of deze niet zijn getagd. Het bedrijfsbeleid is bovendien onduidelijk omdat personeelsleden heel vaak iets apart leggen en ook leden van het management regelmatig hun persoonlijke spullen in strijd met de Locker Policy niet in een kluisje opbergen. Daarbij geldt dat [naam 2] als [naam functie 2] eindverantwoordelijk is en hij de tas al eerder in de paskamer (of in de gang) moet hebben gezien. [verzoekster] ging er dan ook van uit dat dit was toegestaan. [verzoekster] heeft inmiddels een andere baan en berust in het ontslag, maar heeft door het ontslag wel schade geleden en recht op een transitievergoeding. Verder stelt zij dat zij nog recht heeft op uitbetaling van haar overuren.
3.3.
Under Armour voert hiertegen verweer, waarop hierna zal worden ingegaan. Under Armour heeft ook een tegenverzoek ingediend.
3.4.
Zij verzoekt [verzoekster] , uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot terugbetaling van € 3.209,61 netto aan teveel uitbetaald loon over mei 2025 binnen twee weken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2025, althans vanaf datum indiening van het verweerschrift. Ondanks het ontslag op staande voet is volgens Under Armour per abuis toch het gehele salaris over mei 2025 aan [verzoekster] betaald. Hiertegen heeft [verzoekster] verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1.
De verzoeken en het tegenverzoek hangen zodanig samen dat zij tegelijkertijd worden behandeld.
4.2.
Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is ieder van partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op grond van een dringende reden op te zeggen, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Als dringende redenen worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
4.3.
Uit de ontslagbrief volgt dat Under Armour [verzoekster] heeft ontslagen op staande voet omdat zij op 23 en 24 april 2025 in strijd met de bedrijfsregels een tas met kleding apart heeft gehouden, daarover vervolgens geen openheid heeft gegeven, wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd en zich vijandig en agressief heeft gedragen, waaruit Under Armour concludeert dat [verzoekster] de tas met kleding wilde stelen. [verzoekster] heeft haar wettelijke en contractuele verplichtingen grovelijk geschonden, waardoor Under Armour geen vertrouwen meer heeft in [verzoekster] . De gedragingen en verklaringen van [verzoekster] maken tezamen en op zichzelf, dat van Under Armour niet langer kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, aldus de brief kort samengevat.
4.4.
Vaststaat dat [verzoekster] op 23 april 2025 de grote paskamer heeft opgeruimd. Volgens [verzoekster] heeft zij daarbij de betreffende sporttas gevonden. Deze tas heeft zij niet leeggehaald en de zich daarin bevindende items opgeruimd, maar buiten de paskamer geplaatst. Of [verzoekster] de tas daarbij verstopt heeft onder een rek met laaghangende kleding of niet, deze handelswijze is opmerkelijk aangezien het doel was om de paskamer op te ruimen en [verzoekster] dat met de andere zaken in de paskamer ook heeft gedaan. Ter zitting verklaarde [verzoekster] dat zij de dozen bij de deur van het magazijn heeft opgestapeld en de losse kleding heeft teruggehangen in de winkel. Het had bij het vinden van de tas dan ook voor de hand gelegen dat [verzoekster] de tas had uitgepakt en de kleding uit de tas in de winkel had opgehangen. [verzoekster] stelt dat zij dat met de tas niet heeft gedaan omdat het gedurende haar ziekte werd gedoogd om kleding apart te leggen voor personeel of klanten en dat zij daarom dacht dat de tas voor een klant was. Ook in dat geval had het echter voor de hand gelegen om in de tas te kijken en navraag te doen wie wat in de tas had gestopt en voor welke klant, nu geen naam op de tas was bevestigd, wat volgens [verzoekster] wel gebruikelijk was. [verzoekster] had dan ook gezien dat in ieder geval twee kledingstukken in strijd met het protocol niet getagd waren met een alarm.
4.5.
Under Armour heeft daarbij terecht aangevoerd dat het juist de taak van de [naam functie 1] was om ervoor te zorgen dat de bedrijfsregels werden nageleefd. Dat dat zo was blijkt ook uit de omstandigheid dat [verzoekster] zelf heeft verklaard dat zij na haar herstel als eerste de grote paskamer wilde opruimen. Het was volgens haar verklaring ter zitting “een doorn in het oog” dat die paskamer niet gebruikt kon worden omdat er dozen, kleding en papiertjes met namen in lagen. [verzoekster] heeft daarbij verklaard dat ze wist dat het apart leggen van kleding niet was toegestaan. Dat zij dit wist blijkt ook uit de door haar overgelegde verklaringen van collega’s [naam (oud-)personeelslid 2] , [naam (oud-)personeelslid 3] en [naam (oud-)personeelslid 4] , waaruit volgt dat [verzoekster] voordat zij ziek werd op het apart leggen van kleding scherp toezag, de kleding teruglegde in de winkel en de medewerkers hierop aansprak. Anders dan [verzoekster] stelt maakt de omstandigheid dat [naam 2] per 1 april 2025 was aangesteld als [naam functie 2] , niet dat zij voor naleving van deze regels geen verantwoordelijkheid meer droeg of dat het apart leggen van kleding door hem werd gedoogd. Daarbij geldt dat [naam 2] in zijn verklaring ontkent de tas eerder te hebben gezien.
4.6.
Ook het gedrag van [verzoekster] toen [naam 4] de tas op 24 april 2025 aantrof is opvallend. Uit de e-mail van [naam 4] waarin zij het voorval diezelfde dag meldt, uit de verklaring van [naam 2] en uit de stellingen van [verzoekster] zelf, blijkt dat [verzoekster] die dag in ieder geval heeft gezegd dat de tas van een klant was, maar ook heeft gevraagd of zij de kleding mocht kopen. Dit valt zonder nadere toelichting niet met elkaar te rijmen. Verder heeft [verzoekster] een paar minuten na het voorval gemaild met Under Armour en gemeld dat zij sinds een dag een tas heeft met kleding voor een klant die de tas die dag nog komt ophalen. Zij wekt daarmee de indruk dat zij de tas zelf apart heeft gelegd en weet wie de klant is, omdat die immers diezelfde dag de tas komt ophalen. Verder doet [verzoekster] in de e-mailberichten alsof het haar niet bekend was dat spullen apart leggen niet mocht, terwijl zij, zoals hiervoor is overwogen, dat wel wist en dat beleid zelfs streng handhaafde toen ze de leiding had in de winkel.
4.7.
Gelet op het bovenstaande is het begrijpelijk dat Under Armour dit voorval verder wilde onderzoeken. In dat kader is het Teamsgesprek met [verzoekster] op 2 mei 2025 gehouden. Ook toen heeft [verzoekster] geen volledige openheid gegeven terwijl Under Armour haar op een neutrale en rustige manier meerdere keren heeft gevraagd haar kant van het verhaal te vertellen. In dat gesprek heeft [verzoekster] zich vijandig gedragen en steeds herhaald dat de tas van een klant was, maar niet opgehelderd wie die klant was. Daarnaar gevraagd op zitting heeft [verzoekster] verklaard dat ze niet zeker wist dat de tas voor een klant was, maar dat zij dat op dat moment dacht en dat zij ook niet wist wat voor kleding in de tas zat. Het e-mailbericht van 24 april 2025 was volgens haar hypothetisch bedoeld. Niet alleen volgt dat niet uit de bewoordingen, maar als dit wel zo was bedoeld, had het voor de hand gelegen om dit reeds op 2 mei 2025 mee te delen, maar dat heeft ze niet gedaan. In het e-mailbericht van 3 mei 2025 heeft [verzoekster] één en ander evenmin opgehelderd en juist toegegeven dat zij een verkeerd voorbeeld had gegeven naar de anderen door tegen het beleid in spullen apart te houden voor een klant. Verder heeft [verzoekster] in het gesprek op
2 mei 2025 noch in het e-mailbericht van 3 mei 2025 een verklaring gegeven waarom zij aan [naam 4] heeft gevraagd of ze de kleding mocht kopen. Ter zitting heeft zij slechts herhaald dat ook deze vraag hypothetisch was bedoeld en dat zij de kleding niet daadwerkelijk wilde kopen. Daarmee heeft [verzoekster] (nog steeds) geen duidelijkheid verschaft over haar gedrag en geen plausibele verklaring gegeven voor haar manier van handelen.
4.8.
Dat sprake is geweest van een set-up, zoals [verzoekster] lijkt te suggereren, is verder niet toegelicht. Bovendien had het dan voor de hand had gelegen dat [verzoekster] tijdens de procedure alsnog een plausibele verklaring voor haar gedrag had gegeven, hetgeen zij niet heeft gedaan. Sterker, ter zitting heeft [verzoekster] , als eerder overwogen, weer een andere verklaring gegeven, te weten dat zij niet zeker wist dat de tas voor een klant was, maar dat zij dat alleen maar dacht.
4.9.
Door de opmerkelijke gedragingen van [verzoekster] op 23 en 24 april 2025, waarvoor zij daarna steeds wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven, is bij Under Armour dan ook terecht de verdenking ontstaan van een poging tot diefstal. Dit terwijl Under Armour juist erop moest kunnen vertrouwen dat [verzoekster] als [naam functie 1] de bedrijfsregels naleeft en bij vragen daarover aan haar verantwoording aflegt. Dit geldt te meer nu uit het ook voor [verzoekster] geldende en bekende bedrijfsbeleid van Under Armour volgt dat diefstalpreventie (uit te voeren door de [naam functie 1] ) zeer belangrijk is in haar onderneming, zoals onder meer blijkt uit het alarmbeleid, het tassenbeleid bij het in- en uitgaan van de winkel, het verbod om kleding apart te leggen en het diefstalbeleid. Van Under Armour kon dan ook niet langer worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortbestaan zodat zij deze per direct mocht beëindigen. Daarbij geldt dat ook als [verzoekster] niet zelf de intentie heeft gehad om de tas te stelen, haar opmerkelijke gedrag, haar tegenstrijdige verklaringen, de door haar gestuurde e-mails en haar uitingen naar het management, tezamen een voldoende dringende reden vormen voor een ontslag op staande voet. Het ontslag is dan ook rechtsgeldig gegeven, zodat de verzoeken van [verzoekster] met betrekking tot het ontslag worden afgewezen.
4.12.
[verzoekster] verzoekt verder nog betaling van 665,5 overuren, opgebouwd vanaf 2018 tot en met 2023. Tegenover de gemotiveerde betwisting van Under Armour, heeft [verzoekster] onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat zij deze overuren met goedkeuring van Under Armour heeft gemaakt, dan wel dat deze niet reeds zijn uitgekeerd als Tijd voor Tijd. Ook dit verzoek wordt daarom afgewezen.
4.13.
Als tegenverzoek verzoekt Under Armour terugbetaling van het teveel aan [verzoekster] betaalde loon over mei 2025. Na het verweerschrift heeft [verzoekster] niet meer betwist dat het volledige loon over de maand mei aan haar is betaald. Nu het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven op 7 mei 2025, bestaat daarna geen grond meer voor betaling van loon, zodat het verzoek van Under Armour wordt toegewezen, met dien verstande dat de rente wordt toegewezen vanaf de dag van indiening van het verweerschrift. Zij heeft immers niet eerder aanspraak gemaakt op terugbetaling van dit bedrag, met aanzegging van de rente.
4.14.
Nu [verzoekster] in het ongelijk is gesteld wordt zij veroordeeld in de proceskosten van Under Armour.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [verzoekster] tot terugbetaling aan Under Armour van € 3.209,61 netto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2025 tot de dag van volledige voldoening;
5.2.
veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten die aan de zijde van Under Armour tot op heden begroot worden op € 814,- aan salaris van de gemachtigde en € 67,50 aan nakosten, voor zover van toepassing inclusief btw, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekster] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend en vermeerderd met de wettelijke rente wanneer deze kosten niet binnen veertien dagen betaald zijn;
5.3.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Berkum, kantonrechter, bijgestaan door
de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2025.
811